Tagarchief: Indirect

Niet-aaneengesloten bereiken



Een niet-aaneengesloten bereik is een selectie van meerdere cellen waarbij ieder gedeelte uit één of meer cellen kan bestaan, maar waarbij die cellen niet allemaal op elkaar aansluiten.

Hieronder gaan we kijken hoe je dit soort bereiken kunt selecteren en wanneer je ze in formules wèl, maar zeker ook wanneer je ze niet kunt gebruiken. En uiteraard zoeken we ook oplossingen voor dat laatste.

Cellen selecteren

Een aaneengesloten gebied van cellen selecteren gaat het makkelijkst met behulp van het toetsenbord: gebruik de cursor-toetsen om de eerste cel te selecteren, hou Shift ingedrukt en gebruik dan weer de cursortoetsen om het hele gebied te selecteren.

Wanneer je een niet-aaneengesloten gebied wilt gebruiken dan zul je de muis ter hand moeten nemen:

  1. selecteer de eerste cel van het bereik door met de linker muisknop te klikken
  2. met de linkermuisknop ingedrukt kun je eventueel nog meer AANSLUITENDE cellen selecteren
  3. hou de Ctrl-toets ingedrukt en selecteer ergens anders één of meer aaneengesloten cellen
  4. herhaal punt 3 zoveel als nodig

Functies en niet-aaneengesloten bereiken

Op het tabblad SubTot van het Voorbeeldbestand vindt u een kwartaaloverzicht van enkele afdelingen.

In kolom G3 staat het jaartotaal van de afdeling Dir:

  1. tik in =som(
  2. klik met de linkermuisknop op cel C3
  3. ga, met de muisknop ingedrukt, naar cel F3
  4. druk op Enter

NB1 Excel vult automatisch het haakje-sluiten aan

NB2 tussen haakjes komt automatisch C3:F3, ofwel alle cellen van C3 tot en met F3

NB3 een snellere methode om van een naast-gelegen bereik de Som te bepalen: plaats de cursor in cel G3 en druk op de toetscombinatie Alt en =

Maar wanneer we alleen de cellen opgeteld willen hebben waarvan de waardes groter dan 10 zijn dan wordt het lastiger:

  1. tik in cel H3 =som(
  2. klik met de linkermuisknop op cel D3
  3. ga, met de muisknop ingedrukt, naar cel E3
  4. druk op Enter

Nu voor cel H4:

  1. we beginnen weer met =som(
  2. klik op cel D4
  3. klik dan, met Ctrl ingedrukt, op cel F4
  4. druk op Enter
  5. het resultaat is: =SOM(D4;F4)

NB tussen haakjes staat nu een ; als scheidingsteken. Voor Excel betekent dit dat aan de functie 2 parameters worden meegegeven. In dit geval bestaat iedere parameter uit 1 cel.

Voor cel H5:

  1. start met =som(
  2. klik op cel C5
  3. klik dan, met Ctrl ingedrukt, op cel E5
  4. verschuif de cursor, nog steeds Ctrl ingedrukt, naar F5
  5. druk op Enter
  6. het resultaat is: =SOM(C5;E5:F5)

NB ook hier worden aan de Som-functie 2 parameters meegegeven; de eerste bestaat uit 1 cel, de tweede uit een bereik van meerdere cellen.

Op een vergelijkbare manier kun je ook het totaal van alle aantallen groter dan 10 bepalen (zie cel C9).

NB1 uiteraard is de berekening in cel C10 een stuk eenvoudiger: =SOM(H3:H7)

NB2 plaats de cursor achter de formule en je hebt een gekleurd controlemiddel om te zien of de juiste cellen zijn geselecteerd:

In cel C12 is te zien, dat ook de functie Gemiddelde met niet-aaneengesloten bereiken overweg kan.

LET OP: voor deze functie kun je NIET de kortere formule =GEMIDDELDE(H3:H7) gebruiken!

Maar …. bovenstaande formules werken alleen maar in een statische situatie. Wanneer de kwartaalcijfers nog kunnen wijzigen hebben we een probleem; dan moeten alle formules gecontroleerd en eventueel aangepast worden.

In het tabblad Aselect van het Voorbeeldbestand ziet u een formule waarbij wijzigingen in de brongegevens geen problemen meer opleveren:
=SOM.ALS(C3:F3;”>10″)

Ofwel: sommeer alle getallen in het bereik C3:F3 die groter dan 10 zijn.

LET OP de voorwaarde waaraan de cellen moeten voldoen, moet tussen aanhalingstekens staan. Wel kan de voorwaarde in een cel worden opgenomen; dan blijven de aanhalingstekens achterwege; zie cel H3: =SOM.ALS(C3:F3;$G$2)

Het bepalen van de Som of Gemiddelde van alle waardes onder een voorwaarde is op deze manier ook een stuk eenvoudiger: =GEMIDDELDE.ALS(C3:F7;”>10″)

Bij voorgaande Als-formules was het bereik waar de voorwaarde op los gelaten moest worden aaneengesloten. Wanneer dat niet het geval is hebben we een probleem!

Probleem

In het tabblad Probleem van het Voorbeeldbestand zien we een projectenoverzicht over de maanden. Per maand is er een Raming en een Actueel resultaat. Delta is het verschil tussen die twee (ActueelRaming). Wanneer de Actuele stand kleiner is dan de Raming is dat gunstig (dus als Delta < 0 is).

NB De Delta-kolommen hebben een voorwaardelijke opmaak gekregen.

Per project willen we het totaal van de negatieve Delta’s weten.

In cel S4 staat een formule, die dit probleem zou kunnen tackelen. De Raming en Actueel-kolommen zijn immers altijd positief (of 0): =SOM.ALS(C4:R4;”<0″)

Maar als we de Correctie-kolom gaan gebruiken en daar komen negatieve waardes voor, dan werkt de formule niet meer als verwacht/gehoopt.

We zouden dan iets willen gebruiken als =SOM.ALS( (E4;I4;M4;Q4) ;”<0″ )
Dus als eerste parameter geen aaneengesloten bereik, maar losse cellen.

Helaas! Excel raakt hier de weg kwijt. Deze functie is heel strikt: de eerste parameter moet een bereik zijn, de tweede moet de voorwaarde bevatten. En de tweede parameter begint achter de eerste punt-komma.

Gelukkig kunnen we dit probleem wel oplossen met de formule in T4:
=SOMMEN.ALS(C4:R4;C4:R4;”<0″;C$3:R$3;”Delta”)
Neem de Som van alle cellen uit C4:R4 (de eerste parameter), waarbij de cellen in C4:R4 (tweede parameter) kleiner zijn dan 0 en de cellen C3:R3 de waarde Delta bevatten.

LET OP bij de cellen C3:R3 is de rij-aanduiding absoluut gemaakt (zie $-tekens), zodat er bij het naar beneden kopiëren de formule naar de juiste rij blijft verwijzen.

Wat te doen, als de kopregel niet zo’n handige aanduiding van de betreffende kolommen heeft? Dan hebben we nog een ‘leuk’ alternatief (zie cel U4):

LET OP dit is een zogenaamde CSE-, array– of matrix-formule; deze wordt niet afgesloten door op Enter te drukken maar tegelijkertijd Ctrl-Shift-Enter. Excel plaats dan automatisch de accolades rond de formule.

Korte uitleg: door de CSE-methode ‘dwingen’ we Excel om (in dit geval) 4 keer de Als-functie uit te voeren; telkens met een andere kolom door middel van de Kiezen-functie.

Functies en niet-aaneengesloten bereiken (conclusie)

Wanneer kun je niet-aaneengesloten bereiken gebruiken binnen een functie?

Kort door de bocht: alleen bij de simpele rekenkundige functies als Som, Aantal, Gemiddelde etcetera.
Bij het invoeren van dit soort functies zie je dat je meer dan 1 dezelfde soort parameter kunt opgeven.

NB de rechte haken geven aan dat de tweede parameter optioneel (niet verplicht) is. De … geven aan, dat er nog meer parameters opgegeven kunnen worden.

Bij andere functies zie je dat de verschillende parameters ieder een ‘andere’ rol vervullen. Logisch dat je dan niet een willekeurig aantal bereiken als 1 parameter kunt opgeven.

Vreemd eigenlijk: als je naar het scherm met Functieargumenten van Som kijkt (gebruik de button naast de formulebalk), dan zie je als toelichting dat je getallen als parameter kunt opgeven. Nergens een woord over bereiken!

Waarschijnlijk toch de meest gebruikte optie van Excel.

Toetje

Voor de liefhebbers bevat het Voorbeeldbestand nog enkele sheets waarmee de opzet van de ‘Probleem’-sheet op een geheel andere wijze wordt aangepakt; de basisgegevens worden in een database-vorm ingevoerd. Het resultaat-overzicht wordt daardoor een stuk flexibeler.


Wil je op de hoogte gebracht worden, wanneer er weer een nieuw item aan Tips & trucs is toegevoegd?


Functie Indirect


LET OP: na het downloaden de extensie van het bestand wijzigen in xlsb


De Excel-functie Indirect heb ik de afgelopen tijd weer in menig artikel en project gebruikt.

In de praktijk blijkt het lang niet voor iedereen (direct) helder wat de functie doet en waar die dus voor ingezet kan worden.

Aanleiding voor een artikel; inclusief wat VBA-programmering om het voorbeeld uit het vorige artikel gebruikersvriendelijker te maken.

In 2015 heb ik al eens over deze functie geschreven. Deze keer kiezen we een andere invalshoek voor de uitleg en komen andere facetten van de functie aan bod. Zoals het spreekwoord luidt: dubbel genaaid houdt beter!

Indirect (versie 1)

Op het tabblad Cel van het Voorbeeldbestand is cel B2 gevuld met een tekst die aangeeft welke dag het vandaag is:
=”Vandaag is het “&TEKST(VANDAAG();”d-mm-jjjj”)

Cel B4 bevat de tekst B2 en in cel D4 staat de verwijzing naar cel B4:
=B4

Het resultaat in cel D4 is uiteraard de inhoud van cel B4, dus de tekst B2.

In cel D5 staat de formule =INDIRECT(B4)

Het resultaat is geen directe verwijzing naar cel B4, maar naar de inhoud van cel B4, dus naar cel B2. Een Indirecte verwijzing dus, vandaar de naam van de functie.

Simpel toch!

Nog een (iets ‘intelligenter’) voorbeeld:
in kolom B staan 5 namen. In cel E11 staat een indirecte verwijzing naar cel B12, waardoor de derde naam als resultaat wordt weergegeven.
De tussenstap (cel E10) is enigszins dynamisch gemaakt:
=”B”&D11+9
Dus aan de tekst B wordt het resultaat van de optelling van de inhoud van cel D11 en het getal 9, gekoppeld.

Wijzigen we nu cel D11 dan zal ook het resultaat in cel E11 veranderen.
Maar echt fool-proof is deze constructie niet: voeg maar eens een regel in boven regel 10.

In cel F10 is het statische getal 9 vervangen door het dynamische RIJ(B10)-1.

NB voeg je vóór kolom B een kolom in, dan zal deze formule ook niet meer goed werken. Wil je dit voorkomen dan moet de tekst B in de formule ook dynamisch gemaakt worden.

Indirect (versie 2)

De tussenstap in het vorige voorbeeld (in cel E10 wordt een verwijzing naar een andere cel geconstrueerd) kunnen we overslaan: de parameter die aan de functie Indirect wordt meegegeven kan ook een tekst zijn.

In het tabblad Tekst van het Voorbeeldbestand bevat cel D6 de formule =INDIRECT(“B4”). Het resultaat is de inhoud van cel B4.
De functie zorgt nu voor een indirecte verwijzing door een tekst om te zetten naar een bereik/range en daar de inhoud van op te halen.
De tekst moet het A1-formaat hebben, één of twee letters voor de kolom- en een getal voor de rij-aanduiding.

Deze tekst-versie kent nog een andere variant: cel D7 bevat de formule =INDIRECT(“R4K2”;ONWAAR) en geeft hetzelfde resultaat als de formule in D6. Hierbij wordt het zogenaamde R1K1-formaat voor de tekst gebruikt: eerst een getal voor de rij en dan een getal voor de kolom. Wel moet aan de functie een tweede parameter meegegeven worden met de waarde ONWAAR.

NB de tweede parameter is niet verplicht als je het A1-formaat gebruikt. Maar deze mag wel altijd ingevuld worden; heeft de tekst het A1-formaat dan moet deze tweede parameter de waarde WAAR hebben.

LET OP wanneer deze spreadsheet in een andere taal-versie van Excel wordt ingeladen dan kan het zijn dat de formule niet goed werkt. Om het bijvoorbeeld in de Engelstalige versie te laten werken moet de formule in cel D7 gewijzigd worden in =INDIRECT(“R4C2”;ONWAAR)

In de cellen G3 en G11 worden de twee varianten nog eens in een ander voorbeeld gebruikt:

De kracht van de tekst-versie van de Indirect-functie ligt er uiteraard in, dat de tekst op allerlei manieren geconstrueerd kan worden (zoals in de vorige voorbeelden in eenvoudige vorm wordt getoond).

Cel G12 bevat de formule =INDIRECT(TEKST(G9*10+G10;”R0K0″);ONWAAR). Op deze manier verwijzen we ook naar cel F4. Daarbij is gebruik gemaakt van de functie Tekst waarmee we de weergave van een getal kunnen bepalen. Door de rij-waarde te vermenigvuldigen met 10 en daar de kolomwaarde bij op te tellen krijgen we (in dit geval) de waarde 46. Met de notatie-aanduiding R0K0 geven we aan dat het laatste cijfer van het getal 46 achter de K moet komen en de overige cijfers tussen de R en de K .

Dit gaat echter fout, als we een verwijzing maken naar een kolomwaarde groter dan 9 (probeer maar eens door in cel G10 de waarde 10 in te voeren).

In cel G13 is dit opgelost: =INDIRECT(TEKST(G9*100+G10;”R0K00″);ONWAAR)

Het gebruik van een harde tekst (dus geen samengestelde tekst zoals hiervoor) als parameter kan bijvoorbeeld handig zijn om te testen of een bepaalde cel niet is verplaatst (al dan niet door het invoegen of verwijderen van rijen of kolommen).

In cel G15 wordt getest of cel F17 wel of niet de waarde Maand bevat.
Zo niet dan krijg je een waarschuwing.

Uiteraard hebben we dat met voorwaardelijke opmaak nog wat duidelijker gemaakt (groen is de standaard-kleur, rood als de inhoud afwijkt van de waarde “Ok”).

Gegevensvalidatie 1

In het Voorbeeldbestand vindt u in het tabblad GegVal1 een ‘systeem’ waarmee we de maximumsnelheid van een vervoermiddel kunnen ophalen uit een tabel. Daarbij is gebruik gemaakt van een zogenaamde afhankelijke Gegevensvalidatie (zie het vorige artikel). De keuzelijst in cel F3 is afhankelijk van de keuze in cel F2.

In cel F4 wordt de maximale snelheid van het gekozen merk opgehaald met de functie Vert.Zoeken. Een (flexibeler) alternatief staat in cel F5: =INDEX(C9:C15;VERGELIJKEN(F3;B9:B15;0))

Maar dat ophalen kan ook met behulp van de functie Indirect. Zie cel F6:
=INDIRECT(“C”&RIJ(B8)+VERGELIJKEN(F3;B9:B15;0))

NB1 door niet hard te verwijzen naar rij 8, maar de functie RIJ(B8) te gebruiken werkt de formule ook nog als er regels worden toegevoegd of verwijderd.

NB2 als je rijen toevoegt of verwijdert (of kolommen) dan krijg je een VBA-foutmelding. Kies de optie Beëindigen. De reden van deze foutmelding zullen we hierna uitleggen (en wat daar aan te doen!)

Zoals in het vorige artikel aangegeven zou het mooi zijn als het systeem automatisch het Merk leeg maakt als je het type Vervoermiddel wijzigt.

Daarom hebben we aan het tabblad GegVal1 een VBA-routine gekoppeld (klik rechts op het betreffende tabje onderaan en kies de optie Programmacode weergeven):

Iedere keer, dat er iets is gewijzigd in dit tabblad, wordt deze routine automatisch aangeroepen (Worksheet_Change). Welke cel of cellen er zijn gewijzigd wordt door Excel meegegeven in de parameter Target. We willen alleen maar iets doen (namelijk het merk leeg maken) als het type vervoermiddel wijzigt (cel F2). Daarom wordt in de eerste regel van de sub-routine gecontroleerd of Target daar gelijk aan is. Als dat niet zo is, gaat de routine verder met de opdracht na de laatste End If (de subroutine beëindigen dus).
De variabele VervMiddel bevat de inhoud van cel F2, zoals die was toen de routine vorige keer is aangeroepen. Daarom kijken we of die veranderd is. Is de huidige inhoud niet gelijk aan VervMiddel dan wordt cel F3 leeg gemaakt en maken we de variabele VervMiddel gelijk aan de inhoud van F2.

NB1 ik weet het: de routine is niet helemaal netjes geprogrammeerd. Wanneer je de eerste keer cel F2 wijzigt weet het ‘systeem’ helemaal niet wat er vorige keer in F2 stond. Dus F3 zal dan altijd leeg gemaakt worden.

NB2 de declaratie van de variabele VervMiddel gebeurt buiten de routine. Zouden we dat niet doen dan wordt deze variabele bij iedere Change opnieuw gedeclareerd en is dan dus altijd leeg.

NB3 deze Excel-werkmap bevat VBA. Bij het opslaan van het bestand moet je dan kiezen voor de extensie xlsm of xlsb.

NB4 verschuiven de cellen F2 en F3 dan moet de VBA aangepast worden. In cel I2 is daarom een controle met een waarschuwing ingebouwd (voeg maar eens een kolom in vóór kolom B).

Maar wat gebeurt er als je een rij of kolom toevoegt of verwijdert? Uiteraard wordt de routine Worksheet_Change aangeroepen, maar de parameter Target bevat helemaal niets. VBA wil dit ‘niets’ vergelijken met een Range en dat kan niet; vandaar dat we een foutmelding krijgen. Dat moeten we natuurlijk wel oplossen.

Gegevensvalidatie 2

In het tabblad GegVal2 van het Voorbeeldbestand staat een simpelere versie van het vorige voorbeeld. In de VBA-routine zit een belangrijk verschil:

In de eerste regel wordt via de VBA-functie Intersect gekeken wat de overlap tussen Target en Range(“F2”) is. Als er geen overlap is (ook als Target leeg is) dan wordt de rest van de routine overgeslagen. Nu krijgen we die vervelende foutmelding van VBA niet meer.

Indirect en Namen

Bij de voorbeelden met gegevensvalidatie is al gebruik gemaakt van Excel-namen. Overal waar je verijst naar een cel of naar een bereik van cellen kun je ook namen gebruiken, dus ook bij de functie Indirect.

Hiernaast staat een voorbeeld (zie het tabblad Namen in het Voorbeeldbestand).

De cellen C3:C12 hebben de naam Een en de cellen C13:C22 de naam Twee.

In cel F2 kun je (met behulp van gegevensvalidatie) kiezen uit deze twee namen.

De formule =SOM(INDIRECT(F2)) in cel F3 telt die cellen bij elkaar op, die door de naam in cel F2 worden bepaald.

LET OP Deze formule werkt alleen als de gegevens netjes met blokken bij elkaar staan (dus soort Een bij elkaar en ook soort Twee). De functie Indirect kan alleen een bereik van cellen verwerken als die cellen op elkaar aansluiten.

In de cellen F4 t/m F7 staan formules die ook het juiste resultaat opleveren, wanneer de gegevens niet netjes gesorteerd zijn.

Voorbeeld van het R1K1-formaat

In cel I4 van het tabblad R1K1 van het Voorbeeldbestand staat een formule die gegevens uit een tabel ophaalt, wanneer de gewenste rij en kolom zijn opgegeven.

Daaronder staan twee varianten; bij eentje wordt de Excel-functie Adres gebruikt.

In het blokje daaronder kunt u zelf ‘spelen’ met de mogelijkheden van deze Adres-functie.

Unieke gegevens selecteren

Hiernaast ziet u een overzicht van 3 lijstjes met daarop verschillende soorten fruit (zie het tabblad Uniek in het Voorbeeldbestand).

Als we willen weten welke soorten voorkomen zoeken we dus de unieke elementen van dit overzicht. Dat is een behoorlijke uitdaging. Maar ook hier komt de functie Indirect van pas.

In cel F3 staat de formule:
=INDIRECT(
TEKST(
MIN(
ALS(
($B$3:$D$10<>””)*AANTAL.ALS($F$2:F2;$B$3:$D$10)=0);
RIJ($3:$10)*100+KOLOM($B:$D);7^8)
);”R0K00″);
ONWAAR)
&””
Wil je ‘zien’ hoe de formule werkt, gebruik dan in de menutab Formules de optie Formule evalueren.

Aangezien het hier een zogenaamde matrix- of array-formule betreft moet deze worden afgesloten door op Ctrl-Shift-Enter te drukken.
Kopieer de formule nu net zo lang naar beneden totdat een of meer lege cellen het resultaat is.

Indirect en bereik-verwijzing

Nog een laatste voorbeeld van het gebruik van de functie Indirect; nu om een bereik van cellen aan te geven (zie het tabblad Range van het Voorbeeldbestand).

In cel F3 halen we vanuit een maand-overzicht het totaal tot en met een bepaalde maand op. Deze maand kan in cel F2 ingevoerd worden.

NB1 cel F2 heeft een gegevensvalidatie, zodat er een keuzelijst ontstaat.
Ook al lijkt deze toegestane lijst absoluut ($B$3:$B$14), wanneer je een rij toevoegt aan de tabel dan wordt deze lijst ook automatisch uitgebreid.

NB2 in cel F3 wordt voor het vergelijken gemakshalve naar de hele kolom B gekeken; wanneer je een complex en/of groot systeem hebt gebouwd kan dit vertragend werken. Het is beter om alleen maar in de cellen te zoeken die relevant zijn. In cel F4 staat de formule
=SOM(INDIRECT(“C3:C”&VERGELIJKEN(F2;Tabel3[Maand];0)+RIJ(Tabel3[[#Kopteksten];[Maand]])))
Een variant daarop in cel F5:
=SOM(C3:INDIRECT(“C”&VERGELIJKEN(F2;Tabel3[Maand];0)+RIJ(Tabel3[[#Kopteksten];[Maand]])))

In cel I4 wordt het totaal van een groepje te kiezen maanden bepaald.

De gegevensvalidatie van de twee grens-maanden is anders dan bij het vorige voorbeeld.
Hier gebruiken we de functie Indirect om te verwijzen naar de kolom Maand van de Excel-tabel met de naam Tabel3. Zonder Indirect is dit niet mogelijk.

LET OP gebruik aanhalingstekens rond de kolom-aanduiding.


Wil je op de hoogte gebracht worden, wanneer er weer een nieuw item aan Tips & trucs is toegevoegd?


Gegevensvalidatie



In andere artikelen op deze site is al regelmatig gebruik gemaakt van Gegevensvalidatie. Meestal om er voor te zorgen dat er bij het invoeren van gegevens geen ‘vervuiling’ ontstaat (is de plaatsnaam nu Wanroy of Wanroij, moet de afdeling aangeduid worden met Marketing of met Verkoop, heet die medewerker nu Eric Jansen of Erik Janssen?)

Bij iedere Excel-sheet, waarin gegevens worden ingevoerd, is consistentie van groot belang om te zorgen dat bij analyses of rapporten de juiste zaken bij elkaar worden genomen.

In dit artikel kijken we naar de mogelijkheden van Gegevensvalidatie. Daarbij maken we gebruik van keuzelijsten. Niet echt ingewikkeld, maar het wordt wel leuk als we gebruik gaan maken van ‘meervoudige’ of afhankelijke keuzelijsten.

Gegevensvalidatie

In het Voorbeeldbestand op het tabblad Decl staat een ‘systeem’ waarmee binnen een bedrijf declaraties kunnen worden vastgelegd.

Niet alle invoer is toegestaan; aan alle 4 kolommen worden bepaalde eisen gesteld.

  1. Datum: in de cellen H2 en H3 (met de namen DtmVan en DtmTot) liggen een onder- en bovengrens vast.
    De ondergrens is een harde datum, de bovengrens is de datum van vandaag.
  1. Maand: dit is de maand waarop de declaratie betrekking heeft. Deze moet altijd kleiner of gelijk zijn aan de declaratiedatum
  2. voor Afd zijn maar 6 verschillende namen toegestaan
  3. het Bedrag moet altijd groter zijn dan 0 en kleiner dan 1000

Datum

  1. selecteer alle cellen uit de eerste kolom (behalve de kop natuurlijk)
  2. kies in de menutab Gegevens in het blok Hulpmiddelen voor gegevens de optie Gegevensvalidatie

  3. In de tab Instellingen zorgen we dat er alleen een datum is toegestaan.
    Bij Begindatum vullen we de naam van de betreffende cel in (druk op F3 en kies de naam), bij Einddatum verwijzen we uiteraard naar de betreffende cel.
    LET OP bij de validatie worden de twee grenzen als toegestaan gerekend
    NB1 vul je de naam handmatig in, vergeet dan het =-teken niet!
    NB2 in ons voorbeeld is het onderste vinkje niet nodig (we hebben alle betreffende cellen geselecteerd). Wil je later een wijziging aanbrengen, kies dan één cel en plaats het vinkje.
    NB3 de datum zal altijd ingevuld moeten worden; verwijder dus het vinkje bij Lege cellen negeren.
  1. Op de tweede tab kun je een Invoerbericht maken. Deze info wordt zichtbaar wanneer de betreffende cel is geselecteerd.
  1. Het is ook mogelijk om een eigen foutmelding te genereren die getoond wordt wanneer de invoer niet overeenkomt met de aangegeven grenzen.
    Wanneer je als Stijl de optie Stop kiest, zal Excel een juiste invoer afdwingen:

Maand

  1. selecteer alle cellen uit de tweede kolom
  2. kies in de menutab Gegevens in het blok Hulpmiddelen voor gegevens de optie Gegevensvalidatie
  1. Bij Toestaan kiezen we de optie Aangepast.
    Excel biedt dan de mogelijkheid om een formule in te tikken:
    =C3<=MAAND(B3)
    LET OP deze formule gaat er van uit dat een cel in regel 3 actief/geselecteerd is; anders een verwijzing naar de betreffende regel gebruiken.
  1. Ook voor deze kolom is een Invoerbericht aangemaakt.
  1. Een foutmelding geeft de gebruiker houvast wanneer de invoer niet juist is.
    Hier hebben we bij Stijl gekozen voor Waarschuwing; de gebruiker kan er dan altijd voor kiezen om toch door te gaan:

Afd

  1. selecteer alle cellen uit de derde kolom
  2. kies in de menutab Gegevens in het blok Hulpmiddelen voor gegevens de optie Gegevensvalidatie
  1. de toegestane afdelingsnamen staan in de cellen J3:J8.
    NB Zorg dat het vinkje aanstaat bij Vervolgkeuzelijst; de gebruiker kan dan kiezen uit de lijst en hoeft niets handmatig in te tikken.
  1. Op de tab Foutmelding is de Stijl Info gekozen. Dat betekent dat bij een ‘verkeerde’ invoer wel een waarschuwing op het scherm komt:

    maar door het klikken op OK, wordt de invoer toch geaccepteerd.

Bedrag

  1. selecteer alle cellen uit de vierde kolom
  2. kies in de menutab Gegevens in het blok Hulpmiddelen voor gegevens de optie Gegevensvalidatie
  1. voor het bedrag kiezen we bij Toestaan de optie Decimaal.
    Als grenzen wordt verwezen naar 2 cellen met de namen BedrVan en BedrTot.
    LET OP de waardes van de grenzen zijn allebei toegestaan.

Controle

Wil je achteraf weten of er toch nog fouten zitten in de invoer, kies dan in de menutab Gegevens in het blok Hulpmiddelen voor gegevens het vinkje onder de optie Gegevensvalidatie:

Excel omcirkelt alle foute invoer. De naam test2 hoort uiteraard daar niet thuis.

In de lege regel van de tabel tblDeclaraties wordt aangegeven, dat de Datum en de Afd verplicht zijn.

Wil je de ovalen rond de fouten weer verwijderen: kies de derde optie bij Gegevensvalidatie.

Afhankelijke keuzelijst

In het vorige voorbeeld hebben we gebruik gemaakt van Namen om te verwijzen naar bepaalde cellen. Bij de Afd bestaat de toegestane Lijst uit een bereik/range van cellen. Ook die hadden we met behulp van een naam kunnen aangeven.

Op het tabblad AfhKeuze van het Voorbeeldbestand is de kolom Afd van een gegevensvalidatie voorzien door als Bron te kiezen voor de naam Afd.
Dit is een verwijzing naar het bereik G2:I2

Maar ook de bereiken met persoonsnamen in de kolommen hebben een Naam gekregen; exact gelijk aan de omschrijvingen in regel 2.

NB dat is ook de reden dat er een underscore is gebruikt in plaats van een afbreek-streepje. In een Naam is dat laatste teken niet toegestaan. Maar ook een spatie, een /, een \ enzovoort kun je niet gebruiken in de definitie van een naam.

De cellen in de kolom Naam krijgen ook een gegevensvalidatie. Maar het zou natuurlijk mooi zijn als de reeks toegestane namen afhankelijk is van de invoer in de kolom Afd.

Uitgaande van cel D3 willen we dus alleen maar de namen zien die bij de afdeling Dir voorkomen.
Wanneer we bij de Bron van de gegevensvalidatie rechtstreeks zouden verwijzen naar cel C3, dan gaat het niet werken; dan is de naam Dir als enige toegestaan. Gebruiken we echter de functie Indirect dan zijn alle namen uit het bereik Dir toegestaan.

LET OP wanneer achteraf de afdeling wordt gewijzigd dan krijg je niet automatisch een foutmelding dat de persoonsnaam niet is toegestaan. Gebruik dus regelmatig de optie Ongeldige gegevens omcirkelen.
Met behulp van een klein beetje VBA is het makkelijk te regelen dat bij een wijziging van afdeling automatisch de persoon gewist wordt.

Afhankelijke keuzelijst 2

Er zijn (natuurlijk) nog wel meer manieren om een afhankelijke lijst te maken. In het tabblad Afh2 van het Voorbeeldbestand hebben we een meer dynamische methode geïmplementeerd.
Daar is een overzicht te vinden van de 50 gemeentes van Nederland met het grootste inwoner-aantal (op 1 jan 2021). In plaats van dat een gebruiker in de lijst moet gaan zoeken (dat is met 50 namen nog wel te doen, maar bij meer dan 300 is het wat lastiger) kan hij een keuze maken in cel F3, waarna in cel G3 het bijbehorende aantal inwoners wordt getoond.
De mogelijkheden voor de keuze in cel F3 zijn via Gegevensvalidatie beperkt; de toegestane lijst zijn alle namen uit kolom B.

Maar het is natuurlijk handiger om eerst de provincie te kiezen en afhankelijk daarvan pas de gemeentenaam; het aantal mogelijkheden is dan een stuk beperkter.

De validatie in cel G6 is recht toe recht aan.

Ook die van cel G7 komt bekend voor (zie hiernaast): we beperken de gemeentekeuze tot het bereik GemPerProv.

Maar in dat laatste zit nu net de crux: deze naam verwijst niet naar een bereik van cellen maar is via Formules/Namen beheren ingevoerd:
=VERSCHUIVING(
tblProvGem[[#Kopteksten];[Gem]];
VERGELIJKEN(ProvZoek;tblProvGem[Prov];0);
0;
AANTAL.ALS(tblProvGem[Prov];ProvZoek);
1)

In het tabblad Afh2 van het Voorbeeldbestand staat een Excel-tabel (met de naam tblProvGem) met alle betreffende provincies en bijbehorende gemeentes; gesorteerd eerst op Prov en dan op Gem.

Met behulp van de functie Verschuiving bepalen we de cellen met de gemeentes die bij een bepaalde provincie (in de cel met de naam ProvZoek) horen.

  • de functie Verschuiving start in de cel met de koptekst van de kolom Gem
  • maar het resultaat begint net zoveel regels lager als door de functie Vergelijken wordt gegenereerd
  • en 0 kolommen naar rechts of naar links, dus het resultaat staat in de kolom Gem
  • het resultaat bestaat uit zoveel regels als dat de gezochte provincie in de kolom Prov voor komt
  • en de breedte van het resultaat is 1 kolom

NB Wat een gedoe eigenlijk voor iets wat je met een draaitabel met een paar slicers in 1 minuut kunt bouwen. 😉 Zie het tabblad Afh2 in het Voorbeeldbestand.

Maar het gaat om het principe; op een ander moment is deze methode misschien dé oplossing voor uw probleem.

Alternatieve keuzelijsten

cel NIET geselecteerd

Een groot nadeel van gegevensvalidatie is dat je pas weet dat je een keuze kunt maken wanneer de betreffende cel is geselecteerd.

cel WEL gesecteerd

Gelukkig kent Excel nog andersoortige keuzelijsten (zie het tabblad KzLijst van het Voorbeeldbestand). Het kost wel wat meer moeite om dit te implementeren.

Keuzelijst met invoervak

We gaan eerst een Keuzelijst met invoervak maken:

  1. kies in de menutab Ontwikkelaars in het blok Besturingselementen de optie Invoegen
    NB ziet u de menutab niet: klik met de rechtermuisknop ergens in het lint, kies de optie Lint aanpassen en zet bij Hoofdtabbladen het vinkje aan bij Ontwikkelaars
  2. kies binnen de Formulierbesturingselementen de optie Keuzelijst met invoervak
    NB binnen de ActiveX-elementen vindt u een vergelijkbare keuzelijst. Deze is nog iets ingewikkelder te implementeren. Daar krijg je dan wel meer flexibiliteit voor terug. Bijvoorbeeld kan de inhoud qua lettertype en -grootte aangepast worden.
  3. ’teken met de muis’ waar je het invoervak wilt hebben en hoe groot deze moet zijn
  4. geef bij Invoerbereik de cellen op met de toegestane gegevens (in het voorbeeld de cellen B3:B14)
  5. kies bij Koppeling een lege cel (bijvoorbeeld J2)
  6. geef aan hoeveel regels er zichtbaar moeten worden wanneer het invoervak wordt geactiveerd

Maar we zijn nog niet klaar. Wanneer je een keuze maakt in de lijst wordt het overeenkomende volgnummer in de gekoppelde cel geplaatst (hier dus J2).
In het voorbeeld op het tabblad KzLijst hebben we de naam van de gekozen provincie nodig; die halen we in cel K2 op met de formule: =INDEX(tblProv2[Prov];J2)

In cel I3 halen we dan het totaal van het aantal inwoners van de gekozen provincie op:
=SOM.ALS(tblProvGem2[Prov];K2;tblProvGem2[InwAantal])

LET OP: het overzicht bevat alleen de 50 grootste steden, dus het totaal is niet echt het totaal van de provincie!

Keuzelijst

Als laatste kijken we nog naar een andere keuzelijst (zie tabblad KzLijst van het Voorbeeldbestand):

  1. kies in de menutab Ontwikkelaars in het blok Besturingselementen de optie Invoegen
  2. kies binnen de Formulierbesturingselementen de optie Keuzelijst
  3. ’teken met de muis’ waar je de lijst wilt hebben en hoe groot deze moet zijn
  4. geef bij Invoerbereik de cellen op met de toegestane gegevens (in het voorbeeld de cellen D3:D52)
  5. kies bij Koppeling een lege cel (bijvoorbeeld M8)
  6. zorg dat als Selectietype de optie Enkelvoudig is geselecteerd
    NB de andere 2 opties zijn alleen interessant als u deze keuzelijst met behulp van VBA wilt gebruiken

NB in het voorbeeld hebben we de gekoppelde cel ‘verstopt’ achter de keuzelijst.

In cel I8 zoeken we de gemeentenaam op die hoort bij het getal in cel M8.

Het ophalen van het inwoneraantal van die gemeente kan het handigst met de avz-methode (zie Zoeken: Index en vergelijken).

Om het resultaat van de keuze ook snel in de tabel te kunnen terugvinden hebben we daar een Voorwaardelijke opmaak aan toegevoegd.


Wil je op de hoogte gebracht worden, wanneer er weer een nieuw item aan Tips & trucs is toegevoegd?


Grafieken verduidelijken en interactief maken



Een grafiek zegt meer dan 1000 getallen“.
Met deze parafrasering van een bekende zegswijze ben ik het meestal eens, maar soms valt de uitwerking tegen.

In dit artikel wil ik (aan de hand van cijfers over gemiddelde geboortegewichten) met enkele voorbeelden laten zien hoe je een grafiek aan duidelijkheid kunt laten winnen.

Basis-gegevens

Op zoek naar gegevens over de spreiding van gewichten van baby’s bij hun geboorte kon ik bij het CBS niet veel vinden dat bruikbaar was voor dit artikel. Wel zag ik op de website van het Nederlands Tijdschrift Voor Geneeskunde een onderzoek, waarvan de resultaten wel geschikt waren:

LET OP dit onderzoek stamt uit 1990 (over geboortes in de jaren 70-80); we weten dat het gemiddeld geboortegewicht in de loop van de tijd is gestegen. Volgens het CBS was dit gemiddelde in 2005 ongeveer 60 gram hoger dan in 1990. Wanneer we dit doortrekken zullen de gemiddelde gewichten nu zeker 100 tot 150 gram hoger uitvallen dan de cijfers in bovenstaand onderzoek.

In het tabblad Data van het Voorbeeldbestand zijn deze cijfers overgenomen:

NB1 de cijfers zijn iets anders gerubriceerd, zodat we daar makkelijker een grafiek van kunnen maken.

NB2 Week geeft de zwangerschapsduur aan, n het aantal waarnemingen in de betreffende categorie en de percentielkolommen (P5, P10 etc) dat gewicht waarbij 5%, 10% etc van de geboortegewichten kleiner zijn. Dus in de eerste regel: van de 65 meisjes (het eerste kind, geboren in de 36e week) is het gemiddelde gewicht 2486 gram, is 5% lichter dan 1790 gram en 95% lichter dan 3250 gram.

De gegevens zijn opgenomen in de Excel-tabel met de naam tblData.

Grafiek 1

Door de combinatie van 2 soorten geslacht en 2 soorten geborenen kent het onderzoek dus 4 verschillende categorieën.

Per categorie kunnen we een grafiek maken, maar in het tabblad Selectie van het Voorbeeldbestand staat een interactieve variant: afhankelijk van de keuze voor Geslacht en Eerst/later wordt de grafiek automatisch aangepast.

NB de cellen C2 en C3 zijn met behulp van Gegevensvalidatie afgeschermd, zodat alleen zinvolle invoer mogelijk is.

Op basis van deze cellen (C2 en C3) wordt een hulptabel ingevuld. Hierbij wordt de functie SOMMEN.ALS gebruikt:

  • in de eerste parameter wordt aangegeven waar de gegevens kunnen worden gevonden. In dit geval gebruiken we de functie INDIRECT om de juiste kolom in de tabel tblData te benaderen.
  • de tweede en derde parameter bepalen het eerste criterium waaraan de gegevens, die we willen ophalen, moeten voldoen (alle regels in de tabel tblData waar in de kolom Geslacht de waarde van cel C2 staat)
  • via het vierde en vijfde argument wordt de soort geboorte (al dan niet Eerstgeborene) geselecteerd
  • en het zesde en zevende argument bepalen de juiste week

NB door de 3 criteria voldoet altijd maar 1 cel uit de basis-tabel. Het resultaat is dus geen echte som, maar slechts die ene waarde.

Op basis van deze hulptabel kunnen we snel een grafiek genereren:

Maar wat zien we hier nu eigenlijk?
Met enkele aanpassingen krijgen we een grafiek die beter te begrijpen is:

NB misschien moet de betekenis van P5 etc nog toegelicht worden; dit is afhankelijk van de doelgroep.

Wat is er toegevoegd:

  1. uiteraard een legenda
  2. de reeks Gem is naast de P50 gezet: klik rechts in de grafiek, kies de optie Gegevens selecteren en gebruik in het vervolgscherm de pijltjes:

    NB het gemiddelde en de 50-percentiel zijn in de meeste gevallen ongeveer gelijk aan elkaar
  3. om duidelijker te maken welke lijn het gemiddelde is, heeft deze lijn markeringen gekregen
  4. bij de horizontale as is aangegeven wat de getallen voorstellen
  5. en misschien wel het belangrijkste: de grafiektitel, die aangeeft wat er in de grafiek staat en welke selectie daarbij is gemaakt.
    In cel L17 van het tabblad Selectie wordt de tekst voor de titel gemaakt:

    Tussen de &-tekens staan verwijzingen naar de cellen met de namen Geslacht (C2) en Eerst_later (C3).
    Achter het woord gram staat een ‘harde return’, druk bij het invoeren op Alt-Enter.
    Maak dan een willekeurige grafiektitel, klik daarin en zet in de formulebalk : =Selectie!L17
    LET OP vergeet niet ook de naam van het werkblad in te voeren; je kunt ook na het intikken van het =-teken met de muis op de cel met de tekst klikken.

Om de gegevens van een pasgeborene makkelijk te kunnen vergelijken is de invoer nog uitgebreid met een geboorteweek en in de hulptabel wordt dan met Voorwaardelijke opmaak de overeenkomende regel geaccentueerd:

Op het tabblad Selectie van het Voorbeeldbestand worden ook diverse gemiddeldes berekend:

In M2 wordt het gemiddelde bepaald van alle gemiddelde gewichten uit het onderzoek.
Maar …. dit is niet juist! Per geboorteweek is het aantal baby’s niet gelijk. De betreffende gemiddelde gewichten moeten gewogen worden met deze aantallen.

Om deze ‘weging’ makkelijk te kunnen uitvoeren is aan de brongegevens een berekende kolom toegevoegd, n*Gem (zie het tabblad Data).

In cel M3 wordt op de juiste manier het gemiddelde bepaald:
=SOM(tblData[n*Gem])/SOM(tblData[n])
ofwel de som van alle waardes in de kolom n*Gem in de tabel tblData gedeeld door de som van alle waardes in de kolom n van die tabel.

NB op de CBS-site is te lezen: “In de periode 1989-1991 woog een baby gemiddeld 3 372 gram bij geboorte, in de periode 2004-2006 was dat 3 434 gram.
Dus het gemiddelde gewicht van 1990 is ongeveer gelijk aan dat uit het onderzoek met geboortes uit 1970-1980.

Afhankelijk van de waardes in de cellen C2 (met de naam Geslacht) en C3 (met de naam Eerst_later) wordt het gemiddelde van die selectie bepaald:
=SOMMEN.ALS(tblData[n*Gem];tblData[Geslacht];Geslacht;tblData[Eerst/later];Eerst_later)/
SOMMEN.ALS(tblData[n];tblData[Geslacht];Geslacht;tblData[Eerst/later];Eerst_later)
Dus in plaats van een gewone SOM-formule gebruiken we nu SOMMEN.ALS, waarmee we criteria kunnen opgeven voor het optellen.

Op een vergelijkbare manier worden ook de gemiddeldes voor het geselecteerde geslacht en de geselecteerde soort geboorte berekend.

Wil je liever geen hulpkolom (n*Gem) gebruiken dan biedt de functie SOMPRODUCT uitkomst (zie cel N3 in het tabblad Selectie; deze functie vermenigvuldigt alle elementen uit een reeks met de overeenkomende elementen van de andere reeksen en sommeert de resultaten daarvan).
Ook de andere gemiddeldes kunnen op een vergelijkbare manier bepaald worden. In cel N4 staat bijvoorbeeld de formule:
=SOMPRODUCT(tblData[n];tblData[Gem];
1*(tblData[Geslacht]=Geslacht);
1*(tblData[Eerst/later]=Eerst_later))/
SOMPRODUCT(tblData[n];

1*(tblData[Geslacht]=Geslacht);
1*(tblData[Eerst/later]=Eerst_later))

De criteria die we willen meegeven, staan in aparte reeksen; bijvoorbeeld de kolom Geslacht wordt vergeleken met de waarde in de cel Geslacht (dit is cel C2). Dit levert een reeks op van diverse WAAR’s en ONWAAR‘s; door deze met 1 te vermenigvuldigen wordt dit een reeks 1’n en 0‘n.

Grafiek 2

Wanneer je alleen de grafiek toont (en dus niet de hulptabel) dan is het niet altijd even makkelijk om de exacte waardes af te leiden.
Daarom zijn in bovenstaande grafiek (zie het tabblad Selectie2 van het Voorbeeldbestand) ook de waardes van het gemiddelde en van de P25 en P75 opgenomen van de geselecteerde geboorte-week.
De hulptabel heeft daartoe een extra kolom (WkSel) gekregen:

NB de functie NB() levert als resultaat #N/B. Het voordeel hiervan is dat deze waarde in een grafiek niet wordt weergegeven (zie het artikel Grafiek zonder nullen).
In Excel wordt intern WAAR omgezet in de waarde 1. De reeks WkSel is aan de grafiek toegevoegd en aan de secundaire as gekoppeld. Nog een markering toevoegen aan deze ‘lijn’ en op de juiste plaats zien we een signalering.
Door ook een kolom Label toe te voegen aan de hulptabel kunnen we deze extra signalering van een Gegevenslabel voorzien. Voor de exacte implementatie, zie het tabblad Selectie2 van het Voorbeeldbestand.
Kies je nu een andere geboorteweek (cel C4) dan past de signalering zich automatisch aan:

Grafiek 3

Dit is eigenlijk geen andere grafiek, alleen de manier van selecteren is anders (makkelijker; zie het tabblad Selectie3 van het Voorbeeldbestand).

De hoofdselecties worden gemaakt met behulp van Keuzerondjes, de geboorteweek selecteer je met een Schuifbalk.

Deze voeg je toe via de menutab Ontwikkelaars. In het blok Besturingselementen kies je de optie Invoegen. Selecteer de gewenste optie binnen de Formulierbesturingselementen. Na de selectie kun je zo’n element op de gewenste plaats ‘met de muis tekenen’.

Bij Keuzerondjes is de volgende werkwijze het handigst:

  1. teken één keuzerondje
  2. klik rechts, verander de tekst in m, kies Besturingselement opmaken en maak een koppeling met een cel (in het voorbeeld op tabblad Selectie3 is dat N2)
  3. tik Ctrl-C en ergens anders Ctrl-V, verander de tekst in v
  4. voeg eventueel een groepsvak toe, die je om deze twee keuzerondjes tekent
  5. doe hetzelfde voor het soort geborene; maak daar een koppeling met een andere cel (in het voorbeeld N3)
  6. door een keuzerondje aan te klikken wordt er in cel N2, respectievelijk N3 de waarde 1 of 2 geplaatst; in de cellen daarnaast wordt een ‘vertaling’ gemaakt.

De Schuifbalk is eenvoudiger:

  1. teken deze op de plaats waar je hem wilt hebben (kun je later natuurlijk nog aanpassen)
  2. klik rechts, kies Besturingselement opmaken en maak een koppeling met een cel (in het voorbeeld op tabblad Selectie3 is dat N4).
    Stel ook de minimum- (in het voorbeeld 36) en de maximumwaarde (43) in.

Grafiek 4

Met behulp van het systeem in het tabblad Vergelijken van het Voorbeeldbestand kun je snel een eigen waarneming afzetten tegen de populatie uit het onderzoek.

Voer de naam, de zwangerschapsduur (in weken) en het geboortegewicht in. In de grafiek is direct de relatieve positie tussen de percentiellijnen te zien. Door wat extra berekeningen wordt via een label ook een schatting voor de absolute positie weergegeven.

Een korte toelichting op de berekening:

  1. zoek eerst de rij op van de geboorteweek (in cel N10 met de functie VERGELIJKEN)
  1. met behulp van deze waarde en de functies VERGELIJKEN en VERSCHUIVING wordt in cel N11 de kolom opgezocht waarvan de score gelijk of kleiner is aan het geboortegewicht uit cel D4.
    LET OP1 de derde parameter in de VERGELIJKEN-functie is weggelaten; meestal is deze parameter gelijk aan 0 (nul; dan wordt een exacte match gezocht). Vaak zal het gezochte geboortegewicht namelijk niet in de tabel voorkomen.
    LET OP2 wanneer je de derde parameter weglaat (beter gezegd: als die niet gelijk is aan 0) dan moet de reeks waarin je zoekt, gesorteerd zijn.
  2. in cel N12 bepalen we de percentiel-waarde die bij die kolom hoort
  3. ook het bijbehorende gewicht wordt dan opgezocht in cel N13
  4. in kolom O worden de vorige 2 stappen uitgevoerd voor een hogere percentielkolom
  5. we interpoleren tussen de hiervoor bepaalde waardes om een schatting te krijgen voor het percentiel dat bij het opgegeven geboortegewicht hoort (zie cel O14)

Om de markering op de juiste plaats te krijgen voegen we een nieuwe kolom in de hulptabel toe met voor elke geboorteweek de waarde NB() en alleen in de betreffende geboorteweek komt het geboortegewicht (zie de kolom Verg in de hulptabel op het tabblad Vergelijken).

Net als bij de vorige grafiek moet aan de hierbij behorende ‘lijn’ een markering meegegeven worden, voordat het markeringspunt zichtbaar zal zijn. Geef deze reeks ook een label mee (zie kolom VergLabel).

Als laatste moeten nog de verticale en horizontale lijnen ingevoegd worden:

  1. de verticale kan het makkelijkst door een nieuwe reeks te maken net als in de vorige grafiek (zie kolom VergWk in de hulptabel van het tabblad Vergelijken). Kies als grafiektype een Kolomdiagram en koppel deze aan de secundaire as.
  2. de horizontale lijn wordt geproduceerd door een reeks toe te voegen met voor iedere week dezelfde waarde, namelijk het geboortegewicht uit cel D4.

NB het ‘systeem’ is nog niet fool-proof: vul je een hoog geboortegewicht in, dan zal het zoeken naar het overeenkomende percentiel problemen opleveren.


Wil je op de hoogte gebracht worden, wanneer er weer een nieuw item aan Tips & trucs is toegevoegd?


Tour de France 2020



De Tour de France: ieder jaar kijk ik er weer naar uit, deze keer wat langer dan anders!
Een artikel op de site van G-Info met de Tour-gegevens als basis mag dan ook niet ontbreken.

Overal vind je wel standen en overzichten, dus dat gaan we niet overdoen. Het leek me wel aardig om te kijken of we een overzicht kunnen maken van de meest constant-presterende renners.
We zullen daarbij allerlei manieren van tellen en zoeken gaan gebruiken, variërend van de functie AANTAL.ALS, de combinatie van Index en Vergelijken tot het gebruik van Gegevensvalidatie en Keuzelijsten.

Doel

Dit jaar gaat de Tour al direct los: de eerste dagen moeten veel ‘heuvels’ en bergen bedwongen worden (zie het tabblad Etappes in het Voorbeeldbestand). De sprinters hebben dan niet al te veel kans. Misschien vallen er zelfs al renners uit die categorie uit voordat ze aan een massa-sprint kunnen beginnen.

Daarom gaan we in dit artikel eens kijken welke renners zich het meest in de top-10 laten zien: dat noemen we dan maar de meest-constante renners.

Bron-gegevens

Etappes

Onder andere op www.touretappe.nl kun je een overzicht van de etappes vinden. Op het tabblad Etappes van het Voorbeeldbestand heb ik die overgenomen. Alle etappes zijn via de optie Koppeling (rechts klikken op een cel) aan een pagina van die site gelinked, zodat de details van een etappe direct zijn te vinden.
Met behulp van voorwaardelijke opmaak zijn de soorten etappes zichtbaar gemaakt. Onderaan wordt het aantal per soort geteld. In cel H26 staat daartoe de formule:
=AANTAL.ALS(tblEtappes[Type];G26)
Tel het Aantal Als in de kolom Type van de Excel-tabel tblEtappes de waarde uit cel G26 (hier Bergen) voor komt.
Van de 21 etappes zijn er dus 9 als berg-etappe gekwalificeerd!

Teams en renners

Op het tabblad Teams van het Voorbeeldbestand staat de definitieve deelnemerslijst (in een Excel-tabel tblTeams) zoals die op de site wielerflits.nl is terug te vinden. Op die site zijn de ploegen en renners voorzien van een landen-vlaggetje; bij het plakken in Excel wordt dit vertaald naar een code. Die kunnen we goed gebruiken om ons overzicht te verrijken met echte landnamen.

Aan de tabel tblTeams zijn daarom 2 kolommen toegevoegd:

  • Nr: ieder team en renner krijgt een nummer: het team van de vorige winnaar heeft nummer 0, de kopman van dat team krijgt nummer 1 en de overige renners krijgen hun nummer in alfabetische volgorde.

NB1 is Dumoulin bijgelovig? Hij heeft nummer 13 geruild met de Noor Grøndahl Jansen.

NB2 de kolom Nr kun je handigst op de volgende manier vullen: de eerste cel (D6) krijgt nummer 0 en in de cel daaronder plaatsen we de formule =D6+1. Deze formule doorvoeren naar alle cellen daaronder. Wis dan in de lege regels de cel in kolom D en vul bij het team het volgende tiental in (Jumbo krijgt dan nummer 10, BORA 20 etc).

  • Land: aan de hand van de vlagcode uit de eerste kolom bepalen we uit welk land het team of renner komt (zie tabblad Landen). Dat zou met VERT.ZOEKEN kunnen, maar we gebruiken liever de universeel toepasbare INDEX-VERGELIJKEN-methode (zie het artikel Zoeken: index en vergelijken, inclusief de avz-truc).

Landen

Aan iedere unieke VlagCd uit het tabblad Teams hebben we een land-omschrijving gekoppeld (in de Excel-tabel tblLand van het tabblad Landen in het Voorbeeldbestand).

In de derde kolom van die tabel (AantRenners) bepalen we het aantal renners per land: =AANTAL.ALS(tblRenners[Land];[@Land])
Turf het Aantal Als in de kolom Land van de tabel tblRenners de waarde uit de kolom Land in deze regel (vandaar de @) voor komt.

NB de tabel tblRenners is terug te vinden op het tabblad Renners van het Voorbeeldbestand; zie hierna.

Punten

Op het tabblad Punten van het Voorbeeldbestand hebben we vastgelegd hoe de puntenverdeling voor de eerste 10 renners van iedere etappe moet zijn.

NB1 mocht het eindresultaat straks niet bevallen, dan kunt u natuurlijk proberen uw favoriete renner te helpen door de puntenverdeling aan te passen 😉

NB2 een totaal-regel onder een Excel-tabel wordt automatisch gegenereerd als de betreffende optie is aangevinkt op de menutab Ontwerpen.

Uitslagen

Uitslag 2e etappe op letour.fr

De uitslagen verwerken is heel eenvoudig: vul van de eerste 10 renners hun rugnummers in bij de betreffende etappe (zie het tabblad Uitslagen van het Voorbeeldbestand).
Op de officiële tour-site www.letour.fr kun je die rugnummers in de uitslagen vinden.

Maar wat als je alleen maar de namen hebt?
(Er zijn waarschijnlijk nog wel meer mensen die dan meteen aan Theo Koomen, of was het Barend Barendse, moeten denken: “Aan namen heb ik niks. Rugnummers moet ik hebben“).
In Excel zijn er dan allerlei opties om het rugnummer te vinden. Hier komen er een paar:

  1. ga naar het tabblad Teams van het Voorbeeldbestand, druk in Ctrl-F, tik een gedeelte van de naam in en klik op Alles zoeken. In het onderste gedeelte van het zoek-scherm komen alle cellen die voldoen.

    Klik op de gewenste naam en u ziet het rugnummer daarnaast staan.
  2. gebruik Index en Vergelijken:

    In cel O2 van het tabblad Uitslagen wordt eerst met behulp van de functie Vergelijken gekeken op welke positie in de kolom Naam van de tabel tblTeams de invoer in cel H2 staat. Deze functie kent zogenaamde ‘wildcards’, dus we hoeven maar een gedeelte van de naam in te tikken (de *’s geven aan dat het er niet toe doet, wat er voor en achter de inhoud van cel H2 staat). Daarna wordt deze positie gebruikt om met behulp van de functie Index het betreffende Nr op te halen.
    Ter controle halen we in cel P2 op een vergelijkbare manier de naam op die hoort bij het rugnummer.
    LET OP Vergelijken geeft de eerste positie terug waarvan de naam voldoet aan de voorwaarde. Is het niet de juiste naam? Tik meer letters in, bijvoorbeeld daniel f om de renner met nummer 76 op te zoeken.
  3. denk je het rugnummer wel ongeveer te weten omdat je het team kent en je weet welk tiental bij deze ploeg hoort:

    De ploeg van Jumbo-Visma begint met renner 11, Dumoulin zit vooraan in het alfabet (en hij is geen kopman!), dus zal het wel 13, 14 of 15 zijn.
    Tik het nummer in in cel O4 en je ziet of je goed hebt gegokt.
  4. Via de menutab Gegevens in het blok Hulpmiddelen voor gegevens is aan cel H6 een Gegevensvalidatie toegewezen:

    Alleen gegevens uit kolom G van het tabblad Teams zijn toegestaan.
    In die kolom G staat voor iedere renner (en team) een koppeling van nummer en naam met een extra spatie daartussen:

    NB kolom G is standaard niet zichtbaar; via Groeperen kan de kolom ‘ingeklapt’ worden.
    LET OP je kunt een kolom ook Verbergen (via rechtsklikken op een kolomletter) maar ik ben daar geen voorstander van: het zichtbaar maken is niet zo makkelijk en vaak zie je niet dat er een kolom verborgen is.
  1. een andere, minder gebruikte, optie is een keuzelijst (met invoervak).
    Kies in de menutab Ontwikkelaars in het blok Besturingselementen de optie Invoegen.

Klik op de 2e optie binnen de Formulierbesturingselementen.

‘Teken’ nu met de cursor het gebied waar de keuzelijst moet komen.

Dan komt de vraag om het besturingselement op te maken: zorg dat in het Invoerbereik de cellen geselecteerd worden met de namen van de renners en dat er een Koppeling komt met de cel naast het invoervak (zie het tabblad Uitslagen in het Voorbeeldbestand).

Wanneer je nu een naam selecteert dan komt in de gekoppelde cel de positie van deze renner in de lijst te voorschijn. Met behulp van de formule =INDEX(tblTeams[Nr];Uitslagen!N8) wordt het rugnummer opgehaald.

  1. een andere keuzelijst maakt gebruik van Active-X; iets ingewikkelder maar wel een stuk flexibeler.

Kies opnieuw in de menutab Ontwikkelaars in het blok Besturingselementen de optie Invoegen. Maar, let op, klik dan op de 2e optie binnen de Active-X besturingselementen.
‘Teken’ weer met de cursor het gebied waar de keuzelijst moet komen. Nu moet je de Eigenschappen aanpassen: klik op de betreffende button in de menubalk en vul de 4 eigenschappen in zoals hiernaast (achter de pijltjes).

LET OP bij het gebruik van Active-X-elementen moet je de Ontwerpmodus uitzetten, wanneer je deze wilt gebruiken (en andersom als je de eigenschappen wilt aanpassen).

Resultaten per renner

In het tabblad Renners van het Voorbeeldbestand worden de resultaten per renner ‘automatisch’ bepaald; alleen de kolom Nr bevat harde waarden, de overigen worden afgeleid of berekend:

  1. in cel H6 staat de formule:
    =ALS.FOUT(
    INDEX(tblPunten[Punten];
    VERGELIJKEN([@Nr];INDIRECT(“tblUitslagen[“&H$4&”]”);0));
    “”)

    Aangezien cel H4 de waarde 1 bevat, wordt de 2e parameter binnen de Vergelijken-functie INDIRECT(“tblUitslagen[1]”); Excel vertaalt dit dan naar een bereik van cellen en wel de eerste kolom in de tabel tblUitslagen.
    De Vergelijken-functie kijkt dan of het rugnummer in die kolom voorkomt. De positie daarvan (1 tot 10) wordt gebruikt om met behulp van de functie Index het daarbij behorende aantal punten te genereren. Als een renner geen top-10-resultaat in een etappe heeft behaald, dan zou er een foutmelding komen; met de functie Als.Fout zorgen we er voor dat in dat geval de cel gevuld wordt met een lege tekst.
    Deze formule kan naar beneden en rechts gekopieerd, zodat voor alle renners voor alle etappes de resultaten worden bepaald.
  2. in de kolommen Naam en Land worden de gegevens opgehaald uit het tabblad Teams
  3. zo ook voor de kolom Team, behalve dat daarvoor een berekening rond het rugnummer plaats vindt:
    =INDEX(tblTeams[Naam];
    VERGELIJKEN(AFRONDEN.BENEDEN([@Nr];10);tblTeams[Nr];0)
    )
    Het rugnummer wordt dus naar beneden afgerond op het dichtstbijzijnde veelvoud van 10.
  4. in de kolom TotaalPunten wordt het totaal van de renner over alle etappes berekend: =SOM(tblRenners[@[Etap1]:[Etap21]])
  5. Dan blijft er nog 1 kolom over: Rang.
    Via de formule =RANG.GELIJK([@TotaalPunten];[TotaalPunten]) wordt in die kolom per renner de rangorde in het totaal bepaald.

Kies met het driehoekje achter Rang de gewenste sortering en u weet welke renner(s) bovenaan staat/staan.

LET OP wanneer er weer nieuwe uitslagen zijn toegevoegd, worden alle formules automatisch herberekend, maar …. de sortering wordt niet vanzelf aangepast. Die moet u zelf nogmaals uitvoeren.

Resultaten per team

In het tabblad Teams van het Voorbeeldbestand wordt op de ondertussen bekende manier per renner de TotaalPunten van die renner opgehaald. Het totaal per team berekenen we met een gewone SOM-formule.

In datzelfde tabblad staat ook een ranglijst van de teams. De formules daarin mogen geen verrassing meer zijn.

Boven die tabel staat een controlegetal: het totaal aantal punten van alle renners gedeeld door het totaal aantal dat per etappe verdiend kan worden. Dit moet een geheel getal zijn. Met voorwaardelijke opmaak krijgt de cel een kleur.

Resultaten per land

Om het totaal aantal punten per land te bepalen gebruiken we op het tabblad Landen van het Voorbeeldbestand de formule:
=SOM.ALS(tblRenners[Land];[@Land];tblRenners[TotaalPunten])

LET OP gebruik de gegevens van tblRenners en niet van tblTeams anders worden ook de totalen van de teams meegeteld.

Frankrijk heeft de meeste renners rond rijden, logisch (?) dat dit land dan bovenaan staat.

We delen het aantal punten door het aantal renners per land en we krijgen een andere ranglijst.

Resultaten per land en team

In het tabblad OvzLandTeam van het Voorbeeldbestand staat een draaitabel op basis van de tabel tblRenners. En de rijen én de kolommen worden daarin automatisch gesorteerd (zie ook het artikel Kindernamen).

Bovenin ziet u ook weer een controlegetal; als de uitslagen compleet zijn ingevuld zal dit een geheel getal zijn.

Genormeerde resultaten per land

Het tabblad OvzLandTeam van het Voorbeeldbestand bevat ook een draaitabel, nu op basis van de tabel tblLand.

Per land wordt het aantal renners geteld met daarnaast het aantal genormeerde punten (ofwel het totaal aantal punten gedeeld door het aantal renners).

NB in het hele Tour de France-systeem worden alle overzichten direct geactualiseerd na invoer van een uitslag, omdat die allemaal met formules zijn opgebouwd. Dat geldt niet voor de 2 Ovz-tabbladen: dat zijn draaitabellen en die moeten na het opvoeren van nieuwe uitslagen handmatig Vernieuwd worden (met de muis rechtsklikken op een cel in de draaitabel).

LET OP allebei de draaitabellen dienen Vernieuwd te worden aangezien ze op verschillende bronnen zijn gebaseerd.


Wil je op de hoogte gebracht worden, wanneer er weer een nieuw item aan Tips & trucs is toegevoegd?