Tagarchief: Rest

Op koers



Soms overkomt het je: krijg je een Excel-vraag en er gaat een heel nieuwe wereld voor je open.
Een paar weken geleden kreeg ik de vraag hoe je er voor zorgt dat, bij het uitzetten van een te vliegen traject, bij het berekenen van een gecorrigeerde koers er geen negatieve waarden of waarden groter dan 360o ontstaan.
Redelijk eenvoudig, maar toen kwam de volgende vraag: kun je gecorrigeerde koersen ook in Excel berekenen?

Na wat over en weer mailen werd het me duidelijk dat het een amateur-vlieger (zeg je dat zo?) heel wat tijd kost voordat hij kan gaan vliegen: routes, koersen moeten van te voren worden uitgestippeld, een zogenaamde vluchtlog moet worden opgesteld etcetera.

Maar zo’n nieuwe wereld is dan weer mooi een aanleiding om een Excel-artikel te schrijven.

Opmaak koersen

Bij het invullen van een vluchtlog moet niet alleen de koers worden uitgestippeld, ook moet deze theoretische koers nog gecorrigeerd worden voor wat betreft het effect van wind. Voor ons buitenstaanders: als de wind van rechts komt, dan zullen we ook iets meer naar rechts moeten ‘sturen’ dan de theoretische koers aangeeft.
Bij zo’n correctie kan het natuurlijk voorkomen dat we een koers kleiner dan 0 of groter dan 360 krijgen; dat moet dan nog aangepast worden.

In het Voorbeeldbestand op het tabblad KK staat een recht toe recht aan berekening. In kolom B staat de kaartkoers (theoretische koers), in kolom C is de correctie vanwege de wind opgenomen. In kolom D tellen we die 2 waardes op. Maar als die optelling negatief is, dan tellen we er nog eens 360 bij op. Wordt de som groter dan 360 dan trekken we er 360 vanaf.

Dit was eigenlijk de oorspronkelijke vraag, die ik kreeg. Maar uit onze correspondentie bleek, dat vliegeniers gewend zijn om koersen altijd met 3 getallen weer te geven en de correctie krijgt altijd een + of – teken.

Het eerste is in Excel snel opgelost. De cellen met koersen krijgen allemaal de opmaak zoals hiernaast weergegeven:

  1. selecteer de cellen die dezelfde opmaak moeten krijgen (eventueel Ctrl ingedrukt houden als de cellen niet aaneengesloten zijn)
  1. klik rechts en kies Celeigenschappen (of druk op Ctrl-1)
  2. kies de categorie Aangepast
  3. en het veld onder Type krijgt de waarde 000 (dus altijd 3 cijfers weergeven)

Om het tweede ‘probleem’ op te lossen krijgen de cellen in kolom C een andere opmaak:
Met het gedeelte voor de eerste punt-komma geven we aan dat positieve getallen altijd 2 cijfers bevatten en van een plus-teken moeten worden voorzien; via het tweede blokje bepalen we hoe negatieve getallen er uit moeten zien en als laatste dat een nul-waarde door 2 nullen wordt weergegeven.

NB de inhoud van de cellen verandert hierdoor niet, we hebben alleen de opmaak aangepast.

Bij de berekening van de Kompaskoers (kolom D) hebben we een geneste Als-functie gebruikt. Zoals zo vaak: in Excel kunnen we dat ook op een kortere manier oplossen.

Met behulp van de functie Rest bepalen we wat er overblijft wanneer we delen door 360 en en het gehele deel ‘weggooien’. Bij getallen tussen 0 en 360 is de rest na deling het getal zelf, bij getallen groter dan 360 wordt er 360 vanaf getrokken.

Maar de formule werkt ook als de optelling een negatief getal oplevert!
Dat blijkt ook uit kolom F, waar we de werking van de Rest-functie hebben nagebootst:
=D3-360*GEHEEL(D3/360)

Windcorrectie

Na het beantwoorden van de eerste vraag, kreeg ik een mail terug met een dankwoord en de opmerking: “Maar de windcorrectie berekenen in Excel is zeker te ingewikkeld?

Wat bleek: als de windsnelheid en -richting bekend zijn moeten er allerlei handmatige acties op aparte apparaten uitgevoerd worden om de windcorrectie te bepalen.

Eerste reactie mijnerzijds was: dat kan niet zo moeilijk zijn, een beetje rekenen met vectoren, daar hebben ze goniometrie voor uitgevonden! Maar dat viel toch wel tegen. Dus ik moet bekennen dat ik toen toch maar even Google heb gebruikt.

Op de site en.wikipedia.org/wiki/E6B vond ik het volgende (zie ook het tabblad Heading in het Voorbeeldbestand):

Op het tabblad Heading staat een voorbeeld van deze berekeningen.

NB zorg wel dat de snelheden in dezelfde eenheden zijn uitgedrukt!

Aangezien Excel binnen de goniometrische functies met radialen werkt is de 2e set formules gebruikt. De cellen in kolom C hebben een toepasselijke naam gekregen, zodat de formules beter leesbaar en dus beter controleerbaar zijn.

NB De Excel-vertaling van sin-1 is de functie Boogsin; de waarde voor π krijgen we door de functie Pi() te gebruiken.

In kolom D zorgen we voor een afronding naar gehele getallen:

Uiteraard kunnen deze berekeningen ook in één keer (zie cel C15):
=AFRONDEN(180/PI()*BOOGSIN(Vw*SIN(PI()*(w-d)/180)/Va);0)

Vluchtlog

Als voorbeeld kreeg ik het voorbereidende materiaal voor een vlucht van Teuge naar Texel. Een uittreksel:

In het tabblad Route van het Voorbeeldbestand hebben we op basis van bovenstaande informatie de vluchtlog enigszins nagebouwd.

De vluchtlog is een Excel-tabel met de naam tblHeading. In de gebruikte formules wordt dan ook verwezen naar de kolom-koppen (een @ betekent: haal de waarde uit een kolom in dezelfde regel waar de formule staat). De formule in kolom L wordt alleen berekend als geen van de cellen in dezelfde regel in de kolommen G, H, I of J leeg is.

NB1 het rekenen met richtingen/graden gaat in de vliegerij iets anders dan in de wiskunde. Vliegen naar het noorden is richting 0o, naar het oosten 90o etc. Een windrichting betekent dat de wind vanuit die richting komt.

NB2 het omrekenen van graden naar radialen en vv kunnen we ook aan Excel overlaten (zie kolom M):
=ALS(OF([@d]=””;[@Va]=””;[@w]=””;[@Vw]=””);””;GRADEN(BOOGSIN([@Vw]*SIN(RADIALEN([@w]-[@d]))/[@Va])))

In kolom N wordt dan de te vliegen koers bepaald: =ALS([@∆a]=””;””;REST([@d]+[@∆a];360))

Uiteraard willen we ook weten hoelang we straks onder weg zullen zijn. In kolom O wordt de zogenaamde grondsnelheid bepaald, rekening houdend met wind mee of tegen:
=ALS([@Heading]=””;””;WORTEL([@Va]^2+[@Vw]^2-2[@Va][@Vw]COS(PI()([@d]-[@w]+[@∆a])/180)))

Dan kunnen we per stap (of in vliegtermen Leg) de benodigde tijd uitrekenen (kolom P):
=ALS([@Vg]=””;””;[@Afstand]/[@Vg]/24)

NB we delen ook nog eens door 24, omdat het resultaat van Afstand/snelheid het aantal uren is. Op deze manier komt in kolom P een waarde, die het dagdeel aangeeft. Door dan de cellen een opmaak van uren en minuten te geven is het resultaat voor ons makkelijk interpreteerbaar.

Route-grafiek

Nou we toch bezig zijn: we willen natuurlijk ook nog wel ‘zien’ hoe we gaan vliegen; een plaatje zou wel mooi zijn.

Alles kan! (?)
We moeten dan wel eerst de gewenste koers (dus NIET de te vliegen koers) vertalen naar wiskundige hoeken. Wat blijkt: dat is niet zo ingewikkeld, hoek = 90o – koers.

Aangezien de x-coördinaat van het eindpunt van een stap berekend kan worden via de cosinus van de hoek en de y-coördinaat met de sinus zijn we er al bijna.

In kolom S op het tabblad Route van het Voorbeeldbestand worden de x-coördinaten van de stappen bepaald, in kolom T de y-coördinaten.
Door de vorige coördinaten daar telkens bij op te tellen krijgen we de vliegroute.

NB wanneer een stap niet gevuld is wordt met behulp van de functie NB() aangegeven dat die coördinaat niet bestaat. Bij het maken van een grafiek worden die punten niet meegenomen door Excel (zie Grafiek zonder nullen).

Op basis van deze tabel is bovenstaande grafiek gemaakt. Gebruik daarvoor een spreidingsdiagram.

NB1 het omrekenen van graden naar radialen gebeurt, ter illustratie, in de kolommen S en T op een verschillende manier.

NB2 door de grafiek te laten tekenen met vloeiende lijnen ontstaat een iets reëler beeld.

NB3 om een goede weergave van de vliegroute te krijgen moet je de hoogte en/of breedte van de grafiek zodanig aanpassen, dat de rasterlijnen vierkanten vormen.

NB4 disclaimer: ik ga er wel van uit dat piloten van bijvoorbeeld een 737 Max deze spreadsheet niet gaan gebruiken!

De labels van de grafiek kunnen bijvoorbeeld nog aangevuld worden met de te vliegen koers, zie het tabblad grafRoute van het Voorbeeldbestand.


Sudoku in Excel



Ik kreeg onlangs de volgende vraag: kun je geen artikel schrijven waarin je uitlegt hoe je met behulp van Excel Sudoku-puzzels op kunt lossen.
Mijn antwoord bestond uit 2 woorden ‘Ja’ en ‘maar’.

De Ja, omdat met Excel ‘alles’ mogelijk is en de maar omdat het oplossen van zo’n puzzel meer een programmeer-uitdaging is en niet zozeer iets om de mogelijkheden van Excel voor de dagelijkse praktijk te laten zien.

Maar toen ik er wat langer over nadacht, zag ik wel wat mogelijkheden.
Dus nu toch een Sudoku in Excel, maar niet een machine die de oplossing genereert (wat zou je daar ook mee moeten), wel een systeem dat het zoeken van een oplossing ondersteunt.

Met behulp van Voorwaardelijke opmaak laat Excel zien op welke plaatsen een cijfer geplaatst kan worden. Dubbele invoer in een rij, kolom of blok wordt ook door Voorwaardelijk opmaak gesignaleerd. Bij deze opmaak wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de Namen-optie van Excel; niet alleen de standaard-toepassing daarvan maar ook enkele meer ingewikkelde en dus interessante mogelijkheden!

Basis van het G-Info/Sudoku-systeem

Allereerst hebben we natuurlijk een blok van 9 bij 9 nodig, die dan verder is onderverdeeld in kleinere blokken van 3 bij 3 en in rijen en kolommen. Daar gebruiken we een eigenschap van cellen voor; we kunnen de (dikte van de) randen aanpassen (druk op Ctrl-1). Het bereik van de 81 cellen heeft de naam Sudoku gekregen.

Om straks te weten over welke kolom of rij we het hebben, zijn in regel 3 en in kolom B de cijfers 1 t/m 9 ingevuld. De kruising van die twee, dus cel B3, heeft de naam Ref gekregen. Straks moeten we ook weten wat de inhoud van een geselecteerde cel is; die informatie komt in cel O3 met de naam Selectie.
Regel 3 en de kolommen B en O zijn ‘onzichtbaar’ gemaakt . Dit is te zien aan de +-jes; door daar op te klikken, open en sluit je een bepaalde groep cellen (zie het tabblad Sudoku in het Voorbeeldbestand).

Om het geheel wat mooier te maken is het standaard-raster weggehaald (menutab Bestand, dan Opties en daarbinnen Geavanceerd; vink dan Rasterlijnen weergeven uit).
Alle regels en kolommen, die we niet nodig hebben, zijn verborgen (selecteer ze eerst en dan rechts klikken).
En als laatste zijn de klom- en rijnamen weggelaten (menutab Bestand, dan Opties en daarbinnen Geavanceerd; vink dan Rij- en kolomkoppen weergeven uit).

Voor een soepele werking van het spel zijn nog een paar knoppen toegevoegd die bepaalde VBA-routines opstarten; hier komen we later op terug.

Controle 1

Het eerste wat we willen weten als we een Sudoku invullen, is waar overal (als voorbeeld) een 1 staat of waar een 2 etc.
Dat kunnen we met Voorwaardelijke opmaak goed zichtbaar maken; de enige voorwaarde is dat we weten welk cijfer we willen laten oplichten. Daarvoor hebben we een klein VBA-programmaatje nodig:

De subroutine Worksheet_SelectionChange is gekoppeld aan het werkblad Sudoku. Als de selectie in dit werkblad wordt gewijzigd, wordt deze routine automatisch door Excel aangeroepen. Op deze manier bevat de cel Selectie (O3) altijd de laatst geselecteerde waarde uit het bereik Sudoku.

NB bekijk de VBA-routine in het Voorbeeldbestand door bijvoorbeeld met de muis rechts te klikken op de tab Sudoku en dan te kiezen Programmacode weergeven. Eventueel nog dubbelklikken op het blad Sudoku in de Projectverkenner.

Nu kunnen we de Voorwaardelijke opmaak toevoegen:

  1. plaats de cursor in de eerste cel van de Sudoku (D5 dus) en Fselecteer dan de 81 Sudoku-cellen
  2. kies in de menutab Start in het blok Stijlen de optie Voorwaardelijke opmaak en dan Nieuwe regel …
  3. in het vervolgscherm kiezen we de 2e optie (Alleen cellen opmaken met) en geven dan aan dat de opmaak moet worden doorgevoerd als de celwaarde gelijk is aan de inhoud van de cel Selectie (denk aan het =-teken vóór Selectie)
  4. nog even de gewenste Opmaak instellen en OK

Controle 2

De volgende controle zorgt er voor dat we weten of er geen dubbele cijfers in de kolommen, rijen of kleine blokken voorkomen.

Voordat we dit makkelijk en flexibel kunnen doen moeten we wat voorwerk verrichten.
Excel moet automatisch beoordelen bij welke rij, kolom en blok een bepaalde cel hoort. Dan heb ik gedaan door enkele nieuwe Namen in te voeren:

  1. plaats de cursor in de eerste cel van de Sudoku
  2. een nieuwe naam creëren: kies in de menutab Formules in het blok Gedefinieerde namen de optie Naam definiëren
  3. in het vervolgscherm kiezen we als Naam een handige omschrijving, in dit geval RijSel en bij Verwijst naar=Sudoku!$B5
    Denk aan het dollar-teken voor de kolom-letter.
    Afhankelijk waar de cursor staat (nu in regel 5) zal deze naam de waarde uit kolom B van die regel ophalen.
  4. op gelijkwaardige manier bestaat er ook de naam KolomSel met als formule =Sudoku!D$3
    Deze naam geeft dus altijd de waarde uit regel 3 van de kolom waar de cursor staat.
  5. om te bepalen in welk blok de cursor staat is wat ingewikkelder:
    =GEHEEL((Sudoku!RijSel-1)/3)*3+GEHEEL((Sudoku!KolomSel-1)/3)+1
    Hier is de naam BlokSel aan gekoppeld.
  6. nu moeten we nog de inhoud van zo’n rij, kolom en blok kunnen ophalen om de inhoud te kunnen testen. Daartoe zijn nog 3 extra namen gedefinieerd:
    RijTest met de formule =VERSCHUIVING(Sudoku!Ref;Sudoku!RijSel+1;2;1;9)
    KolomTest met =VERSCHUIVING(Sudoku!Ref;2;Sudoku!KolomSel+1;9;1) en
    BlokTest met =VERSCHUIVING(Sudoku!Ref;GEHEEL((Sudoku!BlokSel-1)/3)*3+2;REST((Sudoku!BlokSel-1);3)*3+2;3;3)

Nu kunnen we een nieuwe Voorwaardelijke opmaak toevoegen:

  1. plaats de cursor in de eerste cel van de Sudoku (D5 dus) en selecteer dan de 81 Sudoku-cellen
  2. kies in de menutab Start in het blok Stijlen de optie Voorwaardelijke opmaak en dan Nieuwe regel …
  3. in het vervolgscherm kiezen we nu de laatste optie (Een formule gebruiken). De formule wordt
    =OF(AANTAL.ALS(BlokTest;D5)>1;
    OF(AANTAL.ALS(RijTest;D5)>1;
    AANTAL.ALS(KolomTest;D5)>1))
    Aantal.Als kijkt hoe vaak in een bereik (de eerste parameter) de waarde van de tweede parameter voorkomt.
  4. nog even een Opmaak instellen en OK

NB1 wil je de gebruikte opmaak bekijken kies dan Regels beheren binnen de optie Voorwaardelijke opmaak

NB2 achteraf gezien was het waarschijnlijker makkelijker geweest om voor het testen de functie INDEX te gebruiken in plaats van VERSCHUIVING. Misschien een andere keer.

Controle 3

Als laatste controle voegen we nog wat opmaak toe, die aangeeft op welke plaatsen een bepaald geselecteerd cijfer nog kan worden ingevuld:

  1. plaats de cursor in de eerste cel van de Sudoku (D5 dus) en selecteer dan de 81 Sudoku-cellen
  2. kies in de menutab Start in het blok Stijlen de optie Voorwaardelijke opmaak en dan Nieuwe regel …
  3. in het vervolgscherm kiezen we nu de laatste optie (Een formule gebruiken). De formule wordt
    =EN(D5<=0;
    EN(Selectie>0;
    EN(AANTAL.ALS(BlokTest;Selectie)=0;
    EN(AANTAL.ALS(RijTest;Selectie)=0;
    AANTAL.ALS(KolomTest;Selectie)=0))))
    Dus als de betreffende cel, waarvan de opmaak moet worden ingesteld, een waarde kleiner of gelijk aan nul heeft (dus er is nog geen cijfer ingevuld) EN via Selectie weten we welk cijfer we onder de loep nemen EN in het betreffende blok komt het cijfer nog niet voor EN ook niet in de rin EN niet in de kolom dan moet de opmaak toegepast worden.

Buttons/knoppen

Onder de Sudoku zijn een paar knoppen opgenomen, die het opzetten van een spel kunnen vergemakkelijken (zie het Voorbeeldbestand):

  1. Wissen: de beveiliging van het tabblad wordt verwijderd, het speelveld leeg gemaakt, lettertypes en eventuele kleuren worden gereset. Ook de Selectie en de Starttijd worden leeg gemaakt.
  2. de volgende stap is dat een nieuw spel moet worden opgezet. Doe dit op het tabblad Makkelijk of Moeilijk door onder een bestaand spel ‘met de hand’ cijfers op de juiste plaats te zetten.
    Kies dan op het tabblad Sudoku de knop Kopieer. Er komt een pop-up waarmee kan worden aangegeven welk spel uit de voorraad moet worden opgezet. Selecteer daartoe het betreffende blok met de muis en klik dan op OK.
  3. Als je klaar bent om te gaan spelen, klik dan op de knop Start. Allereerst worden alle opgezette cijfers geblokkeerd en vet gemaakt, het tabblad beveiligd (zonder wachtwoord) en de Starttijd ingevuld.
  4. Wil je tussentijds wat zetten gaan proberen, bewaar dan de tussenstand via de knop Save. De stand van dat moment wordt gekopieerd naar het tabblad SaveGame.

Handleiding

In het tabblad Handleiding staat de werkwijze van het systeem ook uitgelegd en ik heb enkele tips toegevoegd.

Veel speel-plezier!


 

Elf-proef

bsnBSN: iedereen heeft er een, maar weinig mensen zullen dit nummer uit hun hoofd kennen.
Bij het invullen worden dan ook vaak fouten gemaakt. Iedere instantie wil daarom graag geautomatiseerd checken of het ingevoerde getal juist is.

De controle die je op een BSN kunt uitvoeren is een variant van de elf-proef. Vóór het IBAN-tijdperk werd deze gebruikt om bankrekeningnummers te controleren.

Hoewel de toepassing van de elf-proef voor bankrekeningnummers niet meer geldt, komt deze in de praktijk toch nog regelmatig voor. In Excel is die in te bouwen, maar vergt nogal wat hulpkolommen; de elf-proef is dan ook bij uitstek geschikt om via VBA in een eigen formule te verwerken.
Hieronder (na uitleg van de elf-proef) dan ook voorbeelden in Excel en met behulp van VBA (deze functie is dan ook zonder meer bruikbaar in Access).
Daarna behandelen we een alternatieve functie die ook geschikt is voor de controle van een BSN.

Elf-proef

Wikipedia: “De elfproef (11-proef) is een test die in het Nederlandse elektronische betalingsverkeer werd uitgevoerd op negen- en tiencijferige Nederlandse bankrekeningnummers, voor de invoering van het IBAN, om te controleren of het nummer een geldig rekeningnummer kan zijn. Varianten van de elfproef die gebruikmaken van een controlecijfer, worden toegepast bij andere belangrijke nummers, zoals het burgerservicenummer en het betalingskenmerk op een acceptgiro.

Het laatste cijfer van het rekeningnummer wordt met 1 vermenigvuldigd, het voorlaatste met 2, het op twee na laatste met 3, enzovoorts. De producten worden bij elkaar opgeteld en vervolgens wordt de som gedeeld door 11. Het resultaat van deze deling moet voor een geldig rekeningnummer een geheel getal zijn.

Duidelijk toch: ieder cijfer van het rekeningnummer moeten we vermenigvuldigen met zijn gewicht, die producten optellen, de som moet dan deelbaar zijn door 11 oftewel de rest (na deling; bijvoorbeeld bij het delen van 24 door 11 is de rest 2) moet dan nul zijn.

Excel-voorbeeld 1

Ik bedacht me dat ik ooit eens voor een toepassing de functie Elfproef had gemaakt en die later ook bij cursussen gebruikt had. Even zoeken en ja hoor gevonden.

Maar voordat we die gaan gebruiken kijken we eerst in Excel hoe de elfproef werkt: ziet tabblad Vb1 van het Voorbeeldbestand.
Elfproef1Van het banknummer in kolom A wordt telkens, van achter af, een cijfer geïsoleerd (kolommen D, F, H etcetera; bekijk ook de formules in de kolommen E, G enzovoort) en die cijfers worden in kolom C met hun gewicht vermenigvuldigd. In kolom C worden die producten ook nog opgeteld en wordt de Rest bepaald bij deling door 11. Als daar 0 uitkomt dan is het antwoord ok, anders Geen juist nr.

Elfproef2Deze elfproef is bedoeld voor bankrekeningnummers bestaande uit 9 of 10 cijfers. Kolom A bevat dan ook een input-controle, zodat we in de berekeningen niet allemaal controles hoeven in te bouwen.
De input-controle is geïmplementeerd met behulp van Gegevens-validatie: kies de menutab Gegevens en dan in het blok Hulpmiddelen voor gegevens de optie Gegevensvalidatie. De drie tabbladen zijn als volgt ingevuld:

Elfproef3

Elfproef4Elfproef5

VBA-voorbeeld 1

Om al die hulpkolommen te vermijden is in kolom B gebruik gemaakt van een eigen functie ElfProef1, die dezelfde resultaten oplevert:
Elfproef6In het Voorbeeldbestand is de functie te vinden door de VBA-editor te starten (Alt-F11 of  via het tabblad Ontwikkelaars of door onderaan rechts te klikken op de naam van het tabblad Vb1 en Module1 te kiezen).

Enige uitleg is op zijn plaats:

  1. In Excel wordt de functie aangeroepen met als parameter (de verwijzing tussen de haakjes) een bankrekeningnummer (in het voorbeeld door te verwijzen naar de cellen in kolom A). In de definitie van de Function ElfProef1 staat dan ook dat er een parameter getal wordt doorgegeven van het type Long (een groot geheel getal). Consequentie hiervan is wel, dat als de functie in Excel verwijst naar een tekst (bijvoorbeeld naar cel B1) de functie niets doet en als resultaat #WAARDE! teruggeeft.
    Achter de functie staat As String: het resultaat van de functie is een tekst (string).
  2. ‘groene’ teksten is voor VBA commentaar; hebben verder geen functie. Invoeren door een enkele aanhalingsteken in te tikken.
  3. met Dim geven we aan welke variabelen we in het programma/de functie gaan gebruiken
  4. om hierna makkelijk de cijfers één voor één te kunnen ‘losknippen’ maken we met behulp van de VBA-functie Str van het getal een tekst (string)
  5. door middel van de For-loop wordt de berekening uitgevoerd: de eerste keer wordt i gelijk aan 1, via Next wordt die 2 enzovoort net zolang tot i groter is dan de lengte van de tekst; dan gaat het programma verder met de opdracht na Next
  6.  in de loop wordt de waarde (Val) bepaald van de diverse cijfers en die waarde wordt met i vermenigvuldigd en bij het (reeds bestaande) lngResult opgeteld.
    Omdat het laatste cijfer het gewicht 1 krijgt etc moeten we met het losknippen achteraan beginnen: dus we nemen het gedeelte (Mid) van de tekst dat start op positie lengte + 1  – i; de laatste parameter van de Mid-functie (het getal 1) geeft aan dat we 1 positie uit de tekst knippen.
  7. we gaan er van uit, dat het bankrekeningnummer voldoet, dus geven standaard als output voor de functie ok mee
  8. maar we moeten nog testen wat de deling door 11 oplevert: hier delen we de som door 11, nemen dan het gehele deel daarvan (de functie Int), vermenigvuldigen dan weer met 11 en kijken  of dit weer gelijk is aan de oorspronkelijke som. Zo niet (<> betekent niet gelijk) dan wordt de output van de functie ONGELDIG.

NB de kolommen B en C zijn van een voorwaardelijke opmaak voorzien, zodat snel duidelijk is wanneer een banknummer aan de elfproef voldoet.

Excel-voorbeeld 2

In het Voorbeeldbestand is een tweede voorbeeld opgenomen (zie tabblad Vb2).
Elfproef7We maken van het bankrekeningnummer uit cel A3 (met dezelfde gegevensvalidatie als in voorbeeld 1) eerst een tekst van 10 tekens: we zetten daartoe vóór het rekeningnummer eerst 10 nullen (mbv het &-teken) en nemen dan de 10 rechtse tekens daarvan (cel B3).

NB in cel B4 staat een alternatief met de functie Herhaling, waardoor het duidelijker is dat we 10 keer de nul er voor zetten.

In de kolommen ontleden we de tekst weer in 10 losse gedeelten (van achter naar voren); er wordt een 0 bij opgeteld om Excel automatisch de tekst te laten omzetten naar een getal. In rij 4 wordt de vermenigvuldiging uitgevoerd, waarna in cel D4 de Som daarvan wordt bepaald. In cel D3 bepalen we dan of een deling door 11 als rest 0 oplevert.

In cel D5 wordt de vermenigvuldiging, optelling en check in één formule uitgevoerd:

=ALS(REST(SOMPRODUCT(E2:N2;E3:N3);11)=0;”ok”;”ONGELDIG”)

Voor uitleg over de functie SOMPRODUCT zie mijn vorige artikel.

VBA-voorbeeld 2

In de VBA-editor is ook een functie ElfProef2 opgenomen (alles met isBSN even overslaan).

De verschillen met de vorige functie:

  1. de input-parameter getal is gedeclareerd als String (tekst)
  2. een voordeel daarvan is, dat we de functie exacter kunnen laten aangeven wanneer de invoer niet aan onze eisen voldoet:
    If getal = “” Or IsNull(getal) Or Not IsNumeric(getal) Then
            ElfProef2 = “Geen juiste invoer”
            Exit Function
        End If
    Dus als de invoer leeg is (op 2 manieren) of als het geen numerieke waarde (getal) is dan wordt de output van de functie Geen juiste invoer en wordt deze afgebroken.
    NB deze test kan uitgebreid en nog concreter gemaakt worden afhankelijk van de behoefte.
  3. in de functie vertalen we het getal naar een tekst van 10 tekens (vergelijkbaar met wat we in Excel hebben gedaan)
  4. de constructie lngResult Mod 11 is vergelijkbaar met de functie Rest in Excel

BSN

Zoals hiervoor aangegeven wordt voor de controle van het BSN een vorm van de elfproef wordt gebruikt: het enige verschil met de standaard is, dat het laatste cijfer niet met +1 maar met -1 wordt vermenigvuldigd.

Bij de functie ElfProef2 is daar al rekening mee gehouden:

  1. optioneel (dus niet verplicht) kan aan de functie een tweede parameter isBSN worden meegegeven (Optional isBSN As Boolean = False). Een variabele van het type Boolean kan alleen de waarde WAAR of ONWAAR (True of False) hebben;  als de parameter niet wordt meegegeven dan krijgt deze de waarde ONWAAR/False.
  2. dmv de regel
    If    i = 1   And    isBSN     Then    hulp   =   – hulp
    zorgen we er voor, dat als i gelijk is aan 1 EN isBSN waar is dat dan het tegenovergestelde van hulp wordt opgeteld

Elfproef8In het tabblad BSN van het Voorbeeldbestand zien we dat het standaard-gebruik van de functie ElfProef2 in cel C3 aangeeft dat we te maken zouden hebben met een ongeldig BSN.

Gebruiken we echter de vorm =ElfProef2(B3;WAAR), zoals in cel D3, dan levert dit als resultaat ok op.


Analoge klok in Excel

astronomische klok praagIedereen die wel eens in Praag is geweest, heeft waarschijnlijk wel een paar keer stil gestaan bij het astronomische uurwerk in het centrum.
Zeker wanneer op het hele uur de 12 apostelen zich vertonen, is het een drukte van jewelste op het Oudestadsplein.

Daar stond ik dus ook, toen we een paar weken geleden een bezoek brachten aan deze prachtige stad.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik dacht meteen, dat moet in Excel na te bouwen zijn!
Maar om alle facetten van de klok te implementeren valt onder de grotere uitdagingen; laten we maar eerst beginnen om een ‘gewone’, analoge klok in Excel op te zetten.

Basis

Uiteraard hebben we de huidige tijd nodig, waar we de klok op gaan baseren: in Excel gebruiken we daar de formule =NU() voor; in het Voorbeeldbestand staat die in cel C2.
Klok1LET OP dit is één van de weinige formules, die geen paramaters kent, maar om voor Excel duidelijk te maken dat het een formule betreft zijn wel de 2 haakjes nodig.

LET OP 2 tijdens het schrijven van het artikel veranderde de inhoud van cel C2 constant. In de volgende voorbeelden komen de getallen dan ook niet meer overeen met de tijd hierboven.

Uit de tijd leiden we het uur, de minuten en de secondes af met de formule =UUR(C2), =MINUUT(C2) respectievelijk =SECONDE(C2).
Omdat we een analoge klok gaan maken, die maar 12 uren kent, staat in cel E3 de formule =REST(E2;12). Hiermee berekenen we de restwaarde als we de uren van cel E2 delen door 12. Uiteraard had dit ook met de formule = ALS(E2>12;E2-12;E2) gekund, maar de eerste formule is korter (en interessanter!?).

Wijzers

Maar hoe gaan we nu die wijzers tekenen in Excel?
Daartoe moeten we ons realiseren, dat de tijd (beter gezegd het aantal seconden na 12 uur) de hoek van de wijzers bepaalt.

We gaan eerst de kleine wijzer tekenen:

  1. Klok3het aantal seconden na 12 uur berekenen we in cel C9: =(E3*60+H3)*60+K3
  2. om hierna de hoek te kunnen bepalen, moeten we weten hoeveel seconden er maximaal in 24 uur zitten; zie cel C10
  3. door de inhoud van cel C9 te delen door die van cel C10, weten we welk gedeelte van de klok door de kleine wijzer is afgelegd (cel C11)
  4. de zo berekende fractie moeten we nog in een hoek vertalen: in C12 komt de formule =C11*360, omdat een hele cirkel 360 graden is.

Nu we de hoek weten, moeten we dit gaan omzetten naar een punt op de klok (cirkel). Gelukkig hebben we vroeger allemaal goed opgelet bij wiskunde en weten natuurlijk(?) nog dat de x-coördinaat van zo’n punt wordt berekend door de cosinus van de hoek te nemen en de y-coördinaat door de sinus.
Maar we zijn nog niet klaar: in de wiskunde (en in Excel) wordt een hoek bepaald ‘rekenend tegen de klok in’; voor ons rekenwerk gebruiken we dan ook de cosinus en sinus van -C12.
Omdat Excel als basis voor de hoek de positieve x-as neemt (een hoek van 0 graden komt dus overeen met een horizontale lijn naar rechts) en we 0 uur netjes bovenaan willen laten beginnen tellen we bij onze berekende hoek nog 90 graden op.
Daarmee zou de x-coördinaat van de kleine wijzer dus worden =COS(-C12+90). Helaas Excel kent ons graden-systeem niet, maar werkt met radialen (jaja, de middelbare schooltijd is toch niet voor niets geweest!). Aangezien 360 graden overeen komt met 2π radialen, delen we onze berekende graden door 360 en vermenigvuldigen met 2π; de x-coördinaat wordt nu =COS((-C12+90)*2*PI()/360).
LET OP ook de functie PI kent geen parameters, maar de 2 haakjes zijn wel nodig.

Hetzelfde verhaal geldt ook voor de y-coördinaat: =SIN((-C12+90)*2*PI()/360).
Maar het is een kleine wijzer: dus we vermenigvuldigen de coördinaten nog met bijvoorbeeld 0,6 (staat in cel C13 en is dus makkelijk aanpasbaar).
Door nu een lijn te tekenen (en daar wat opmaak aan mee te geven) van de oorsprong van het assenstelsel (met de coördinaten 0,0) naar de zo berekende coördinaten hebben we onze wijzer. Gebruik daarvoor geen lijngrafiek maar een spreidingsgrafiek.

NB Bij een lijngrafiek komen de elementen op de x-as allemaal op dezelfde afstand van elkaar; bij een spreidingsgrafiek geef je ook de exacte positie op de x-as mee, zodat je precies kunt aangeven waar het resultaat terecht zal komen. Een spreidingsgrafiek wordt bijvoorbeeld gebruikt als op de x-as datums worden uitgezet, waarbij niet iedere datum in de bron-gegevens voorkomt. Bij een lijngrafiek worden de datums ‘gewoon’ naast elkaar geplaatst; bij een spreidingsgrafiek heeft iedere datum zijn eigen positie op de x-as en zie je onmiddellijk waar er datums ontbreken.

Klok4Het tekenen van de grote en de seconde-wijzer gaat op dezelfde manier. Bedenk daarbij dat het maximale aantal seconden voor de grote wijzer maar 3600 is (60 minuten) en voor de secondewijzer slechts 60.

Klok5Om onze klok nog verder aan te kleden, zetten we ook de uren er op: op dezelfde manier als voor de wijzers bepalen we de hoeken en daarmee de coördinaten. De lijnen die daardoor ontstaan maken we ‘onzichtbaar’ (bij Lijnkleur de optie Geen lijn aanvinken); wel geven we de lijnen een label mee, et voilà.

Nu nog even op F9 drukken (Herberekenen) en de tijd in cel C2 en dus op de klok wordt geactualiseerd.

Automatische klok

Om iedere keer op F9 te drukken wanneer we de tijd willen weten, is natuurlijk niet te bedoeling.
Daarom nog een stukje VBA er achteraan (opgeslagen in zogenaamde macro’s, vandaar dat het Voorbeeldbestand de extensie xlsm heeft):

  1. druk op Alt-F11 (openen van de Visual Basic-editor)
  2. kies Invoegen en dan Module
  3. in de module voegen we een globale variabele toe (die is dus voor het gehele project geldig), waarmee we onthouden of de klok moet lopen of niet:
    Global KlokAan As Boolean
  4. dan een kleine VBA-routine:
    Sub KlokActief()
        If KlokAan Then
            Application.OnTime Now + TimeValue(“00:00:01”), “KlokActief”
            Application.Calculate
        End If
    End Sub
    Wanneer deze routine aangeroepen wordt, wordt allereerst gecontroleerd of de variabele KlokAan Waar is (True). Zo ja dan wordt er voor gezorgd dat 1 seconde later dezelfde routine opnieuw wordt opgestart; daarna wordt de herberekening uitgevoerd.
  5. Om de klok te kunnen starten (en ook weer uit te zetten) voegen we nog een routine toe:
    Sub KlokAanUit()
        If KlokAan Then
            KlokAan = False
        Else
            KlokAan = True
            KlokActief
        End If
    End Sub
    Als de klok aan staat, wordt die uitgezet en anders gaat de klok aan en wordt de routine KlokActief aangeroepen (die er zelf voor zorgt, dat hij iedere seconde wordt uitgevoerd, zolang KlokAan Waar is).
  6. nog een button toevoegen, die verwijst naar de macro KlokAanUit en we zijn klaar:
    ga in Excel naar de menu-optie Ontwikkelaars (eventueel eerst nog activeren via Bestand/Opties/Lint aanpassen en daar rechts bij Hoofdtabbladen een vinkje aan zetten bij Ontwikkelaars) en kies in het blok Besturingselementen de optie Invoegen en kies het eerste symbool, de Knop.

Aantallen turven

De afgelopen weken kreeg ik in diverse situaties vragen over het tellen van aantallen.

Wat simpel lijkt, wil in geautomatiseerde systemen nog wel eens ingewikkelder uitpakken.
Of het nu het tellen is van het aantal regels in een Excel-bestand, het aantal lege velden in een Excel-kolom, het aantal records in een Access-tabel of het aantal niet-lege namen in een Access-record: het blijft goed opletten wat en hoe er geteld moet worden.

ToepenAantallen turven:
toen ik dit intikte, gingen mijn gedachten weer terug naar de vele gezellige avonden, die we lang geleden met een groepje hebben doorgebracht met het kaartspel Toepen. Bij dit spel worden de strafpunten op een bier- (of sinas-?)viltje geturfd door het zetten van streepjes.

Voor de liefhebbers volgt hieronder, na wat uitleg over het turven van aantallen in Excel en Access, een “geautomatiseerd bierviltje”.
Ik heb daarbij ook een weinig bekende manier van kopiëren gebruikt.

Excel

AantallenIn het Voorbeeldbestand staat in het tabblad Aantal vanaf cel  D15 een overzicht van de omzet per maand en regio van een kleine witgoedhandel (ze verkopen alleen stofzuigers, strijkijzers en broodroosters).

Uiteraard willen we de totale omzet weten (dat lossen we simpel op via een Som-formule);  maar vandaag zijn we meer geïnteresseerd in Aantallen.

AantallenExcel kent diverse standaard-functies om aantallen te berekenen.
De meest simpele (en meest gebruikte) functie is Aantal. Maar als we die toepassen op het bereik D15:D158 (de maanden) dan krijgen we als resultaat 0; idem voor Regio en Product. Pas het turven van aantallen in de kolom Bedrag levert een aantal groter dan nul op, namelijk 142. De functie Aantal telt alleen maar de inhoud van numerieke cellen!

NB een datum is voor Excel ook een getal; dus de functie Aantal turft ook datums (zie ook de cellen L18:M21 in het Voorbeeldbestand).

De functie Aantalarg voldoet al beter aan de verwachtingen (zie het overzicht hierboven): deze functie telt hoeveel cellen er gevuld zijn, onafhankelijk van de inhoud.

Mbv de functie Aantal.lege.cellen (denk aan de puntjes!) kunnen we analyseren of en hoeveel lege cellen er in een cellenbereik voorkomen.

Voor de volledigheid heb ik ook nog enkele voorbeelden van de functies Aantal.als en Aantallen.als opgenomen; zie voor nadere uitleg het artikel Tellen met voorwaarden.

Turf-alternatief

Om snel te kunnen achterhalen in welke regel er gegevens ontbreken, heb ik achter iedere regel, in kolom H, mbv de functie Aantalarg geteld hoeveel velden er gevuld zijn.
AantallenDoor cellen, die NIET 4 opleveren, via Voorwaardelijke opmaak te kleuren zien we direct in  welke regels het fout gaat
(in één van de komende artikelen zal ik op Voorwaardelijke opmaak terugkomen).

Voor de liefhebbers nog een andere manier van tellen waarbij gebruik wordt gemaakt van zogenaamde Array- of Matrix-formules.
Wanneer we in Excel in een cel intypen =D15<>”” (we kijken dus of cel D15 NIET leeg is) dan levert dit de waarde WAAR op (als die cel gevuld is tenminste!). Maar intern vertaalt Excel dit naar een 1 (en ONWAAR naar een 0; het blijft een computerprogramma!). Daar kunnen we gebruik van maken:
typ in een cel =1*(D15<>””) en we krijgen als resultaat 1.
NB denk aan de haakjes rond de voorwaarde.

We zouden in cel I15 kunnen intikken =1*(D15<>””)+1*(E15<>””)+1*(F15<>””)+1*(G15<>””) om te achterhalen hoeveel cellen er niet leeg zijn, maar dat kan makkelijker:

  1. tik in cel I15 in =Som(1*(
  2. selecteer de cellen D15 t/m G15
  3. en tik dan in (allemaal in cel I15) <>””))
  4. niet op Enter drukken, maar Ctrl-Shift-Enter

Excel zal nu voor alle cellen in het bereik D15:G15 beoordelen of die leeg is; vermenigvuldigd met 1 levert dit een serie 0’en en 1’en op, die door de functie Som bij elkaar worden opgeteld.

Door de combinatie Ctrl-Shift-Enter wordt er een Array- of Matrix-formule ingevoerd; in de formulebalk wordt dit weergegeven door {} rond de formule.

NB alleen op bovenstaande manier kun je een array-formule invoeren; het plaatsen van accolades rond een formule werkt niet!

Kopieer de array-formule naar beneden (via de vulgreep rechtsonder in cel I15 natuurlijk; zie het artikel Doorvoeren en sorteren).

Access

Binnen dit programma moeten we het doen met veel minder (functie-)mogelijkheden. Voor het tellen van het aantal records in een tabel kunnen we een Totaal-query maken en dan per veld in de regel Totaal: aangeven dat we het Aantal willen zien.
Aantal AccessHet resultaat hiervan komt overeen met het gebruik van de functie Aantalarg in Excel; dus het aantal niet-lege velden wordt geturfd voor ieder type veld.

Willen we het aantal niet-lege velden binnen een record weten (net als de berekening in de cellen H15 en I15 hiervoor in Excel) dan zullen we zelf een formule moeten intypen in de query.
Aantal Access

Optie 1:
Gevuld: IIf([Maand]<>””;1;0) + IIf([Regio]<>””;1;0) + IIf([Product]<>””;1;0) + IIf([Bedrag]<>0;1;0)

De eerste als-voorwaarde (in Access Iif) levert een 1 als Maand niet leeg is, anders 0; de tweede voorwaarde hetzelfde voor Regio enz. Door de 4 resultaten van de Iif’s op te tellen zien we per record hoeveel velden er gevuld zijn.

NB Bedrag is in Access een numeriek veld; de inhoud kunnen we dan niet vergelijken met een lege tekst, dus we controleren of de waarde niet gelijk is aan 0.

Optie 2:
Gevuld2: IIf(Not IsNull([Maand]);1;0) + IIf(Not IsNull([Regio]);1;0) + IIf(Not IsNull([Product]);1;0) + IIf(Not IsNull([Bedrag]);1;0)

Vergelijkbaar met Optie 1, maar we controleren mbv een Access-functie IsNull of een veld leeg is.

Optie 3:
Gevuld3: -(Not IsNull([Maand])) – (Not IsNull([Regio])) – (Not IsNull([Product])) – (Not IsNull([Bedrag]))

Dit is iets korter dan optie 2, waarbij we gebruik maken van de eigenschap dat de waarde WAAR in Access door -1 wordt voorgesteld (en ONWAAR door 0; dit laatste is WEL hetzelfde als in Excel!?).

NB denk aan de juiste plaats en het aantal van de haakjes.

Toepen

Zoals beloofd een “Excel-bierviltje”; zie het Voorbeeldbestand.
De (straf)puntentelling bij het kaartspel Toepen gebeurt van oudsher door het zetten van streepjes, waarbij een vijftal door een dwarsstreep wordt aangegeven. Heb je 15 strafpunten, dan lig je er uit; 14 punten is ook een bijzondere situatie: de tegenstanders krijgen bij verlies 2 strafpunten (of ze passen voor 1 punt). In het Brabants wordt dit “Pulleke” genoemd, op het “scorebord” aangeduid door een P.

In het tabblad ToepBasis worden alle benodigdheden voor het scorebord klaar gezet:

  1. Toepenin het blok B2:C4 staan de gebruikte symbolen, waarbij de cellen C2 t/m C4 een overeenkomende naam hebben gekregen (zie het Naamvak, linksboven)
  2. in de cellen B8:D12 staan de spelersnamen en hun scores: de stand binnen het lopende ‘potje’ en het aantal gewonnen ‘potjes’.
  3. ToepenF6:H12 is het scorebord/Excel-bierviltje.
    In kolom F worden de deelnemers gecombineerd met hun resultaten door cellen en teksten met behulp van het &-teken te koppelen; in cel F8 staat bijvoorbeeld =B8&”   (“&C8&”/”&D8&”)”
  4. kolom G is de meest interessante: hier wordt de score uit kolom C (de cellen C8:C12 hebben samen de naam Score gekregen) omgezet in de juiste streepjes:
    =ALS(Score>=15;Vijftal&Vijftal&Vijftal;ALS(Score=14;Vijftal&Vijftal&Paal;HERHALING(Vijftal;INTEGER(Score/5))&HERHALING(Streepje;REST(Score;5))))
    * als de Score groter of gelijk aan 15 is, dan wordt 3x de tekst uit de cel met de naam Vijftal geplaatst
    * bij een Score van 14, twee vijftallen en het teken voor het “Pulleke”
    * anders via de functie HERHALING zoveel vijftallen als we krijgen wanneer we Score door 5 delen (INTEGER betekent geheel getal) en zoveel streepjes als de REST is bij het delen van de Score door 5.
  5. kolom H bevat een simpelere vorm van de formule uit kolom G
  6. nog wat Voorwaardelijke opmaak toevoegen (‘kapot’: rode achtergrond, ‘Pulleke’: oranje achtergrond, meer dan 9 punten: oranje letters) en het Scorebord is klaar!

LET OP: de naam Score bevat de cellen C8 t/m C12. Wanneer we in kolommen rechts hiervan in een formule verwijzen naar Score, dan neemt Excel de met de rij overeenkomende waarde uit deze reeks. Dus in cel G8 wijst Score naar de waarde in cel C8, in G9 naar cel C9 etc.

ToepenHet “Excel-bierviltje” vinden we terug op het tabblad ToepScore.
Om het turven nog makkelijker te maken bevat het tabblad diverse Besturingselementen, een 10-tal zogenaamde Kringvelden Kringveld. Hiermee is het mogelijk om de scores snel te verhogen en te verlagen. De Kringvelden zijn gekoppeld aan de diverse scores in het vorige tabblad; klik met de rechtermuisknop op een Kringveld en bekijk de instellingen onder de optie Besturingselement opmaken …
Kringvelden
(en andere besturingselementen) vinden we onder de menu-tab Ontwikkelaars.

Het scoreformulier zelf is GEEN serie cellen maar een Excel-afbeelding; wanneer je er op klikt, zie je in de hoeken en in het midden van de randen plaatsen waar je met de cursor de afbeelding kunt vergroten en verkleinen.
En niet zo maar een statisch plaatje; nee, een zogenaamde Gekoppelde afbeelding. De inhoud van de afbeelding verandert met de inhoud van de cellen, waaraan deze gekoppeld is! Mooier kunnen we het niet maken….

Hoe maken we een gekoppelde afbeelding?

  1. selecteer de cellen, die in de afbeelding moeten worden weergegeven (voor ons scorebord de cellen F6:H12 in het tabblad ToepBasis)
  2. klik rechts in de selectie en kies Kopiëren
  3. Toepenga naar de cel waar de afbeelding moet komen, klik rechts en kies de optie Plakken speciaal ….
    In het submenu kies je onder Andere plakopties de 4e mogelijkheid, Gekoppelde afbeelding
  4. pas via de grepen aan de zijkant van de afbeelding de grootte aan en/of verplaats het plaatje naar de gewenste locatie.

NB Gekoppelde afbeeldingen kunnen een belangrijke rol spelen in rapportages. Wanneer je daar meerdere overzichten onder elkaar wilt weergeven, zal het meestal zo zijn, dat de gewenste kolom-breedtes van die overzichten niet met elkaar overeenkomen; maar Excel kan standaard maar één breedte weergeven.
Zet  de overzichten naast elkaar op een tabblad (of nog beter op verschillende tabbladen) en maak van deze overzichten Gekoppelde afbeeldingen; deze kun je dan onder elkaar zetten, zonder dat de kolombreedtes elkaar nog beïnvloeden.

LET OP Gekoppelde afbeeldingen vergen veel van Excel en van je PC! Sla je werk regelmatig op en gebruik niet teveel dynamische afbeeldingen in één werkmap.